Drie bedrijfstypen
Tegenover het gangbare, grootschalige bedrijf zet Boeren voor Natuur twee alternatieve bedrijfvormen: landschapsgericht en natuurgericht.
Grootschalig
Het grootschalige bedrijf heeft één doel: zo efficiënt mogelijk landbouwproducten produceren voor de wereldmarkt volgens de regels van goede landbouwpraktijk. Natuur en landschap leveren geen bijdrage aan het inkomen. Op het grootschalige landbouwbedrijf worden grote stukken land in één keer bewerkt. Je vindt dit soort bedrijven vooral in de jonge heideontginningen en in akkerbouwgebieden, zoals in het zeekleigebied. Nabij steden of natuurgebieden zijn ze minder op hun plek.
Landschapsgericht
Ook op het landschapsgerichte bedrijf staat de landbouwproductie centraal. Daarnaast zijn er inkomsten uit het in stand houden en beheren van landschapselementen zoals houtwallen, poelen, bosjes, bomenrijen e.d.. Voor maximaal 10% van de bedrijfsoppervlakte kan de boer er een deel van zijn inkomen mee verdienen. Deze vorm van bedrijfsvoering past goed in de oude cultuurlandschappen.
Natuurgericht
Het natuurgerichte bedrijf gaat het verst. De landbouw komt daarbij ten dienste te staan van het realiseren van natuurdoelen. Niet alleen bestaat 10% van de grond uit landschapselementen. Ook op de overige 90% speelt natuurbeheer een belangrijke rol. De natuur krijgt volop kansen doordat het bedrijf extensiveert en de bodem verschraalt. Die extensivering komt tot stand door het eenvoudige uitgangspunt 'nul-aanvoer'. Het bedrijf mag in het geheel geen meststoffen of veevoeders aanvoeren. Het moet dus 100% zelfvoorzienend zijn. Vanwege de afvoer van voedingstoffen met de landbouwproducten (melk, vlees e.d.) zal er sprake zijn van verschraling. De boer zal er voor kiezen om die verschraling te concentreren op de landbouwkundig minst interessante delen van zijn bedrijf. Dit zijn de te natte, te kleine en te schrale percelen. Vanuit ecologisch oogpunt zijn die doorgaans het meest kansrijk en waardevol. De boer krijgt voor de geleverde groene diensten een inkomen. De natuurgerichte bedrijfsvoering past vooral goed in overgangszones rond natuurgebieden, waterwingebieden, gebieden met hoge natuur- en landschapswaarden. Hier worden beperkingen vanuit natuur en landschap een kans. Nabij steden zijn ze wenselijk vanwege de recreatieve aantrekkelijkheid. Ze vormen ook een ideale overgang naar natuurgebieden, maar hebben ook zelf een hoge biodiversiteit.


