English Nederlands

Laatste nieuwsbrief

Laatste nieuws over de gesloten kringloop in Biesland


Tijdens de bijeenkomst Monitoring en Evaluatie in de polder van Biesland op 24 november jl. zijn de recente ontwikkelingen rond Boeren voor Natuur en de gesloten kringloop wereldkundig gemaakt. Jan Duijndam gelooft niet langer dat het oorspronkelijke idee van de gesloten kringloop voor zijn bedrijf haalbaar is. Hij stelt voor als alternatief over te stappen op een ‘gesloten mineralenbalans’. Een ingrijpende boodschap, die de uiteraard de nodige reacties losmaakt en zeker ook vragen met zich meebrengt.

De gesloten kringloop is immers het centrale idee in de aanpak van Boeren voor Natuur (natuurgericht bedrijf). Door geen voer en mest van buiten het bedrijf aan te voeren, wordt mest schaars. Als gevolg van de afvoer van melk en vlees zal het bedrijf op termijn verschralen. De boer moet zijn meststoffen met ‘beleid’ aanwenden en daardoor neemt de diversiteit in landschap en natuur toe en verbetert de waterkwaliteit. Op de gronden die als resultaat hiervan minder mest krijgen, kan de natuur zich ontwikkelen (“de slechtste grond is de beste”). Landschapselementen zijn een bron van biomassa. Een hoger waterpeil is ondersteunend: het levert mineralen en het is gunstig voor de biodiversiteit. Een natuurgericht bedrijf is een gemengd bedrijf: het bestaat uit grasland voor vee, bouwland voor de productie van voedingsgewassen en landschapselementen / natuur als wingebied van mineralen. De boer houdt zich aan deze eenvoudige regels, maar is verder vrij in zijn bedrijfsvoering. De overheid betaalt een langjarige vergoeding en ziet toe op naleving van de afspraken.



Het is aan de ondernemer om uit te zoeken hoe hij dit gaat doen, en de conclusie is op dit moment voor Hoeve Biesland een lastige: min of meer ‘vastgelopen’. Belangrijkste oorzaak hiervan is het gebrek aan bouwland. Om het vee voldoende energie te kunnen geven is graan nodig. In natte gebieden zoals de polder van Biesland is dat moeilijk te telen. Op het bedrijf zijn te weinig percelen beschikbaar voor graanproductie en het is niet gelukt om voldoende bouwland in de buurt bij te kopen of te pachten. Per saldo is de graanproductie op het bedrijf structureel onvoldoende voor de huidige veestapel. Daarom is in de afgelopen jaren steeds ontheffing aangevraagd en is er graan aangevoerd. Daarnaast heeft Jan de kans gekregen om grasland aan zijn bedrijf toe te voegen en materiaal uit de omgeving te composteren (dit moet dan uiteraard ook weer worden afgevoerd). Met een gesloten kringloop moet een groei in vee en grasland altijd gepaard gaan met aanvulling van bouwland en dat blijkt in deze regio moeilijk uitvoerbaar.

De discussie over mogelijke oplossingen is al langer gaande. Jan heeft nu de knoop doorgehakt en wil gaan werken met een gesloten mineralenbalans. De hoeveelheid voer (graan) die wordt aangevoerd moet dan ook weer worden afgevoerd in een equivalent aan mest / compost. Samen met de afvoer van melk en vlees zal het bedrijf dan in principe net zo verschralen als bij een gesloten kringloop volgens Boeren voor Natuur. Maar hieraan zitten natuurlijk ook de nodige haken en ogen. Zo is de regel minder eenvoudig dan die van nul-aanvoer, en is ook moeilijker te controleren. En, wat zal Brussel daarover zeggen als de pilot wordt geëvalueerd na 2012? Wat vinden de betrokken financiers en overheden hiervan?



De onderzoekers zijn aan het werk gezet om het voorstel van Jan goed te doordenken. Ook met dit alternatieve idee zijn goede afspraken van groot belang. Wat mag wel en niet worden aangevoerd? Op welke schaal? Hoe bepaal je wat er weer moet worden afgevoerd? Hoe controleer je dat? Met de invoer van de mineralenbalans moet aan vier voorwaarden worden voldaan: (1) het resultaat (verschraling) moet worden behaald (2) het ‘verhaal’ moet geloofwaardig zijn (3) het systeem moet geborgd worden en de balans moet kloppen (4) het systeem moet werkbaar zijn voor de ondernemer.

Er moet nog veel gebeuren. Binnen een half jaar moet er een inhoudelijke uitwerking liggen van het alternatief, inclusief antwoord op de negatieve ‘bijwerkingen’. Er is echter ook een juridische zoektocht nodig. Juristen van het ministerie en de provincie zijn bezig uit te zoeken hoe het met de regelgeving zit. Niet alleen zullen de contracten met de provincie moeten worden aangepast, ook de lopende beschikking in verband met de staatssteuntoets speelt een rol. In hoeverre geeft de pilot-status van Boeren voor Natuur ruimte voor aanpassingen? Kun je tot de conclusie komen dat met een ander middel hetzelfde doel kan worden bereikt? Of moet je bij het oorspronkelijke plan blijven (dan werkt het als reguliere regelgeving)? Eind december hopen we hierover meer te weten. Intussen wordt er een notitie gemaakt met daarin de uitwerking van de mineralenbalans voor Hoeve Biesland. Op 2 maart wordt dit voorgelegd aan de stuurgroep inclusief de gedeputeerde van de provincie Zuid Holland. Als de bestuurders het alternatief accepteren, wordt het aan Brussel voorgelegd.

Het loslaten van de gesloten kringloop moet ook met Twickel worden afgestemd. In januari zal een brainstormbijeenkomst voor Biesland en Twickel worden georganiseerd.

Europees bedreigde plant verschenen aan de Hagmolenbeek
Kruipend moerasscherm is een van die onopvallende plantjes die het hart van de plantenzoeker sneller doen kloppen. Bij veldwerk voor ‘Boeren voor Natuur’ in juli 2011 ontdekte Eddy Weeda van Alterra deze plant aan de Hagmolenbeek bij Beckum, op het landgoed Twickel. De plek ligt in een overstromingsvlakte die enkele jaren geleden is uitgegraven.



Kruipend moerasscherm behoort tot de schermbloemigen, een familie waartoe ook groenten en kruiden als peen, pastinaak, karwij, kervel en selderij behoren. Anders dan zijn familieleden heeft dit plantje stengels die over de grond kruipen. Aan die kruipstengels zitten kervelachtige bladeren en bloemschermen, die op een bladloze steel van één à twee decimeter staan (zie foto). Kruipend moerasscherm is daarmee een van de nederigste schermbloemigen.

De plant is gebonden aan plekken die ’s winters onder water staan en ’s zomers drassig blijven. Zij komt voor in Midden- en West-Europa en is overal zeldzaam en bedreigd. Daarom is zij door de Europese Unie op de lijst van de Habitatrichtlijn geplaatst. Dat betekent zoveel als een zorgplicht voor haar blijvende aanwezigheid. In Nederland werd omstreeks 1980 gevreesd dat zij was verdwenen, maar daarna is zij weer op enkele plaatsen gevonden, voornamelijk in Zeeland en Overijssel. Soms ging het om vroegere groeiplaatsen waar zij sinds lang niet was waargenomen maar na graafwerk opnieuw verscheen. Vermoedelijk was dat te danken aan kiemkrachtige vruchten die nog in de grond aanwezig waren.

Aan de Hagmolenbeek was de plant niet van vroeger bekend. Mogelijk is zij door een watervogel aangevoerd uit een soortgelijk terrein bij Almelo, de Doorbraak, waar zij sinds een aantal jaren voorkomt. In 2011 werd bij Beckum één kruipende stengel met zeven bloemschermen waargenomen. Enkele daarvan waren inmiddels begonnen met vruchtzetting. In de komende jaren moet blijken of Kruipend moerasscherm een blijvertje is in deze hoek van Twente.



Ook de akkers op de Twickelbedrijven waren dit jaar bloemrijker dan ze lang zijn geweest. Het achterwege laten van chemische onkruidbestrijding in combinatie met het verminderde mestgebruik werpt zijn vruchten af. Karakteristieke akkeronkruiden in de graanvelden zijn eenjarige planten die zich voor een deel gemakkelijk weer opnieuw vestigen. In het oosten van Nederland gaat het om vertegenwoordigers van de Korensla-associatie, met onder andere Echte kamille, Smalle wikke, Akkerviooltje en Grote windhalm. Voor veel akkerplanten geldt dat ze niet sterk concurrerend zijn voor de gewassen, maar soms kunnen de onkruiden bedreigend zijn voor de oogst. Zo kon Corné Niemeyer zijn graan enkele jaren geleden niet oogsten doordat het gewas geheel overwoekerd was met Bonte wikke. Mechanische onkruidbestrijding is in zo’n geval noodzakelijk. Naar verwachting zal de soortenrijkdom in de akkers mettertijd verder toenemen.

Interviews met vleesafnemers in Biesland
We willen graag weten wat de invloed van Boeren voor Natuur is op de omgeving. In dat kader is een kleinschalig onderzoek gestart naar bedrijven die producten van Hoeve Biesland afnemen en de rol van Boeren voor Natuur daarbij. Eerder is al gekeken naar particulieren die vlees kopen bij Hoeve Biesland (2008).



Hoeve Biesland verkoopt biologisch-dynamisch rundvlees en lamsvlees aan een groeiende groep horecabedrijven zoals restaurants, cateraars, broodjeszaken en lunchcafés. Daarnaast organiseren bedrijven soms excursies op de boerderij. Met deze kleinschalige inventarisatie willen we nagaan waarom ondernemers kiezen voor producten en diensten van Hoeve Biesland en welke vormen van samenwerking er zijn. We zijn benieuwd naar hun beweegredenen: koopt men bij Hoeve Biesland omdat het vlees biologisch-dynamisch is, of omdat men zich verwant voelt met de polder van Biesland, of omdat men het concept van Boeren voor Natuur belangrijk vindt?

Inmiddels zijn de interviews met de afnemers gestart en zijn er zeven gesprekken gevoerd. Uit de eerste resultaten blijkt dat de ondernemers vooral de combinatie van biologisch-dynamisch en streekproduct belangrijk vinden. Men vindt het leuk om aan klanten te vertellen waar het vlees vandaan komt. Door het gebruik van biologisch vlees uit de buurt kan men zich als bedrijf profileren en dat is een duidelijke meerwaarde.

Andere initiatieven: de Natuur- en Landschapsnorm
Het idee om op landbouwbedrijven een Natuur- en landschapsnorm (NLN) in te voeren is al in 2008 voorgesteld in een rapport opgesteld voor biologische landbouwbedrijven. In deze nieuwsbrief maakten wij daar al eerder melding van. Sindsdien is de Natuur- en landschapsnorm in nauw overleg met de biologische sector en CLM verder uitgewerkt. Anton Stortelder van Alterra stond aan de wieg van het idee, dat geïnspireerd is op het Landschapsgerichte bedrijf (Boeren voor Natuur). Het initiatief is inmiddels in een pilotfase terecht gekomen.



Het gaat om een eenvoudige set van zes voorwaarden waaraan bedrijven die aan een dergelijke norm willen deelnemen, moeten voldoen. Het ministerie van EL&I wilde het niet alleen voor de biologische, maar ook voor de gangbare landbouw uitgewerkt zien. Vanuit de Tweede Kamer (motie Waalkens) werd eind 2009 voorgesteld om met deze norm in de praktijk te oefenen. Er werd een pilot geformuleerd die kennis en ervaring moet opleveren voor een mogelijke vergoedingensystematiek van groene en blauwe diensten in het kader van het nieuwe GLB vanaf 2014. De pilot kent 20 deelnemers, gespreid over het land en bedrijfstakken (met name melkveehouderij en akkerbouw). De pilot rond de natuurnorm is in 2010 van start gegaan.

De NLN bestaat uit zes onderdelen:
1. Minimaal 5% van het bedrijfsareaal bestaat uit streekeigen landschapselementen, een oppervlakte die niet als cultuurgrond benut wordt.
2. Er is grote diversiteit aan gewassen, tot uiting komend in een ruime vruchtwisseling (minimaal 1:4) voor de eenjarige teelten en een diverse samenstelling van het grasland.
3. De ondernemer draagt zorg voor een actief natuurgericht beheer van de landschapselementen.
4. Alle beheerafval (maaisel, takken e.d.) van de landschapselementen wordt in de bedrijfskringloop (incl. energiekringloop) opgenomen.
5. Vogels en andere dieren wordt zoveel mogelijk broed- en schuilgelegenheid geboden.
6. Op het erf krijgt ‘groen veel aandacht door er minimaal 40% van het oppervlak aan te besteden, zodat het op een streekeigen en aantrekkelijke wijze wordt ingericht en beheerd.

De norm gaat in sommige opzichten verder dan het landschapsgerichte Boeren voor Natuur-bedrijf (bijv. het opnemen van het beheerafval in de bedrijfskringloop, eisen t.a.v. vruchtwisseling, erf en dieren). Het landschapsgerichte bedrijf gaat echter uit van 10% streekeigen landschapselementen en de NLN van 5%. Duidelijke overeenkomsten zijn de systeembenadering en de vrijheid voor de ondernemer om een en ander naar eigen inzicht uit te voeren. Waar het uiteindelijk om gaat in beide concepten: als landbouwbedrijf een wezenlijke bijdrage leveren aan het behoud en de verbetering van natuur en landschap.

AGENDA

  • Voorjaar 2012: Bijeenkomst Monitoring en Evaluatie polder van Biesland  

NIEUWE PUBLICATIES

  • Ecologie Boeren voor Natuur Biesland. Overzicht resultaten monitoring van ecologie in de periode 2005 tot en met 2010 in het project Boeren voor Natuur Biesland. Fabrice Ottburg en anderen. Alterra-rapport 2242, 2011.