Verrijking van de natuur
Netto betekent de omschakeling naar natuurgericht bedrijf winst voor de flora en fauna in het gebied. De soortenrijkdom zal toenemen. Dit is enerzijds het gevolg van de aanleg van een aantal nieuwe, streekeigen landschapselementen en anderzijds van de veel kleinere inzet van nutriënten en de benutting van o.a. oevervegetaties en bagger als input in de bedrijfsvoering. Hierdoor zal de bodem waarop het bedrijfsvoering plaatsvindt langzaam verschralen.
Deels zijn er al natuurvriendelijke oevers langs hoofdwatergangen (weteringen) aangelegd. Ook in 2009 worden nog diverse natuurvriendelijke oevers aangelegd. Slootkruisingen worden aangepast voor vissen en amfibieën. Hier worden ondiepe oeverzones gecombineerd met diepe overwinteringsplekken voor de vissen. In de ondiepe zones kunnen jonge vissen opgroeien en wanneer de zones dichtgroeien zijn ze eveneens geschikt voor amfibieën zoals groene kikkers en kleine watersalamander. Naast het kerkepad is een rietfilter aangelegd waarin het water wordt gezuiverd. In 2009 wordt er nog een rietfilter in de polder gerealiseerd. Verder wordt een slikgebied aangelegd en komt er een extra wandelpad, deels in de vorm van een knuppelpad.
Eén peilgebied met flexibel peil
Het nu nog door stuwen versnipperde waterpeil zal in de Polder van Biesland worden vervangen door één peilgebied. Omdat het maaiveld ca. 60 cm in hoogte varieert, zal bij één peilgebied een aanzienlijk verschil in drooglegging optreden. In het zuidoosten van de Polder van Biesland zal de drooglegging doorgaans slechts enkele decimeters zijn; op de hogere, productievere gronden zal dat oplopen tot wel 80 cm.
Het verschil tussen het (nu nog hogere) zomerpeil en het winterpeil wordt opgeheven; er wordt op termijn een middenpeil ingesteld op het niveau van het voormalige zomerpeil. Bovendien is bij dit gegeven middenpeil een flexibel peil voorzien, waarbij in de winter het slootpeil boven het middenpeil zal fluctueren (ongeveer 15 cm) en in de zomer beneden het middenpeil. Voor de oeverbegroeiingen langs de hoofdwatergangen is dit verschil van groot belang om de vegetatie tot ontwikkeling te laten komen en om de vitaliteit ervan (o.a. ook in verband met het voorkomen van oeverafslag) te handhaven. Bij een lager peil in de zomer hebben immers meer oeverplanten de kans om op droogvallende plaatsen te kiemen, terwijl bij een hoger peil in najaar en winter strooisel van afgestorven planten naar elders wordt afgevoerd, zodat de vegetatie niet verstikt en verruigt. Een vitale oevervegetatie is van groot belang voor de fauna en voor de vastlegging van de oevers.
Kansen voor dieren
Door meer natuurelementen in het gebied te brengen wordt ervoor gezorgd dat meer faunasoorten in het gebied kunnen verblijven. Natuurvriendelijke oevers en overhoekjes zorgen er bijvoorbeeld voor dat er verschillende deelbiotopen ontstaan waarin dieren kunnen schuilen, eten, voortplanten etc. Ook biedt het diersoorten die niet het gehele jaar in de polder verblijven de kans om er zich tijdelijk te vestigen of te rusten. Denk daarbij aan overwinterende- of doortrekkende vogels of zomergasten als Ooievaar.
In de natste gedeelten van extensief hooiland krijgt een zeer kritische weidevogel zoals de Watersnip kansen. Op de wintergraanakkers is de vestiging van Gele kwikstaart, Veldleeuwerik en Patrijs te verwachten. De aan te leggen natuurvriendelijke oevers zijn van groot belang voor libellen, amfibieën, broedvogels (eenden en Rietgors en Rietzanger), en foeragerende moerasvogels (Ooievaar en Lepelaar).Het verbreden van de sloten is in het voordeel van Lepelaar, Fuut en duikeenden. Voor de duikeenden is ook het uitdiepen van sloten van belang, evenals voor de vissen, omdat het betere overwinteringkansen biedt. De nieuwe bosrand levert een scala aan mogelijkheden voor struweelvogels (o.a. Bosrietzanger, Grasmus en Spotvogel), zoogdieren (vleermuizen, marterachtigen, muizen) en insecten (vlinders).
Meer plantensoorten
De botanische kwaliteit van de graslanden zal nog verder toenemen. Vooral op de te extensiveren graslanden en natuurvriendelijke oevers ontstaan bloemrijke hooiweiden met dotterbloemen, echte koekoeksbloem, gevleugeld hertshooi en geknikte vossenstaart. Ook op de overige graslanden, die slechts matig bemest worden, is een toename van het aantal plantensoorten te verwachten. Doordat de randen van alle percelen (langs de sloten) niet meer worden bemest, ontstaan ook hier rijke vegetatietypen. Het verschralingproces verloopt geleidelijk en vraagt de nodige tijd. Door het grote aantal plantensoorten zullen de graslanden het grootste deel van het seizoen een kleurrijke aanblik bieden.
Op de slikken is een permanente pionierbegroeiing te verwachten, die in stand blijft doordat het slik ‘s winters lange tijd onder water staat. Op de wintergraanakkers zullen zich akkeronkruiden vestigen. Het gaat om onkruiden die de nationale driekleur vertegenwoordigen: rood (Klaproos), wit (Echte kamille) en blauw (Korenbloem).
Monitoring
Jaarlijks worden binnen Biesland de volgende faunagroepen gevolgd: dagvlinders, libellen, vleermuizen en (weide)vogels. Daarnaast is in 2006 een opname gemaakt van de vegetatie. Een samenvatting van de resultaten is opgenomen in Verhalen van Biesland 2006. In 2007 en 2008 is een grootschalige visstandbemonstering uitgevoerd. Voor de planten en vissen geldt dat dit in principe om de 5 jaar wordt herhaald om zo veranderingen vast te stellen. De resultaten van de monitoring worden jaarlijks weergeven in Verhalen van Biesland.


