Nieuwsbrief detail
[nieuwsbrief] Boeren voor Natuur - februari 2006
geen uitsluitsel over staatssteuntoets
Het geduld van alle betrokkenen bij Boeren van Natuur wordt op de proef gesteld. In het bijzonder natuurlijk dat van de boeren die deelnemen aan de pilots (Twickel en Polder van Bisland). In de afgelopen maanden hebben juristen van het Ministerie van LNV, de Europese Commissie en de rekenaars van de Dienst Landelijk Gebied regelmatig met elkaar om de tafel gezeten om elkaar uit te leggen hoe de vergoedingen voor Boeren voor Natuur en de Europese regelgeving zich tot elkaar verhouden. Is dat dan zo moeilijk, vragen sommigen zich af? Het is toch heel duidelijk dat deze boeren minder landbouwproducten op de Europese markt zullen brengen en méér gaan doen voor natuur en landschap? Waarom leidt een vergoeding voor dit laatste dan tot concurrentievervalsing? Het is toch ook heel duidelijk dat de betrokken boeren in heel andere, moeilijker omstandigheden hun bedrijf runnen dan bijvoorbeeld boeren in de Flevopolder? De vraag is echter hoe de precieze hoogte van de vergoeding wordt bepaald. Dat is precies waar de Europese Commissie nog niet uit is. Zij is op haar hoede, want de ervaring leert dat verschillende Europese overheden via talloze achterdeuren boeren zodanig proberen te bevoordelen dat zij toch 'oneerlijke concurrenten' worden van andere boeren in Europa. Natuur en landschap waren in het verleden al dikwijls zo'n 'achterdeur'. Er wordt daarom vooral gezocht naar wat geschikte, zogenaamde 'referentie-inkomens' zijn. De referentie-bedrijven zijn fictieve 'model'-bedrijven op basis waarvan het inkomensverschil en dus de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. De referentiebedrijven verschillen per regio. Brussel adviseert om ieder 10 jaar het inkomen op de BvN bedrijven opnieuw te vergelijken met de referentiebedrijven. Dat deze bedrijven goede perspectieven moeten hebben, staat voor iedereen als een paal boven water. Daarom wordt het inkomen op de BoerenvoorNatuurbedrijven afgemeten aan die referentiebedrijven.
In de laatste gesprekken met Brussel gaat het over de variabelen die gekozen worden in de berekeningen. Voor de bepaling van de vergoeding wordt nu gerekend met gangbare melkprijzen, maar ook de optie om met biologische melkprijzen te rekenen is besproken. De natuurgerichte bedrijven voldoen immers bijna als 'vanzelf' aan de randvoorwaarden voor een biologisch bedrijf. Omdat de biologische prijzen hoger zijn, wordt het verschil tussen het inkomen van een natuurgericht bedrijf en dat van het 'referentiebedrijf' kleiner. Dat zou dus tot een lagere vergoeding kunnen leiden. Zou je denken. Echter, de rekenaar van de Dienst Landelijk Gebied heeft al aangegeven dat ook de kosten op een biologisch bedrijf hoger zijn, dus dat de hoogte van de vergoedingen niet per definitie lager hoeft te zijn. Zelfs het omgekeerde kan het geval zijn. Op moment van schrijven van deze e-nieuwsbrief wordt er hard aan gewerkt om dit helder te krijgen. Zodra er meer nieuws is, wordt u via een extra e-nieuwsbrief op de hoogte gebracht.
Noodkreet naar Minister Veerman
Al eerder is in deze nieuwsbrief aan de orde geweest dat het wachten op de besluitvorming in Brussel voor betrokken boeren een groot probleem begint te worden. De voorzitter van de Stichting Twickel, de heer Krudop, heeft daarom op 26 oktober 2005 een brief gestuurd naar minister Veerman, waarin hij zijn zorg uitspreekt over de penibele situatie waarin een aantal boeren die meedoen aan de pilots op Twickel terecht dreigt te komen. Hij verzoekt de minister om te bezien op welke wijze hij het proces kan bespoedigen. In de brief van 6 december reageert minister Veerman met veel begrip voor de situatie. Hij is zich bewust van het feit dat het doorlopen van de tijdrovende staatssteunprocedure op gespannen voet staat met de verregaande bedrijfsbeslissingen die deelnemende boeren moeten nemen. Hij geeft aan dat deze procedure zijn nadrukkelijke aandacht heeft en dat hij zal doen wat in zijn vermogen ligt om het proces bij de Europese Commissie te bespoedigen.
Op vele plaatsen in Nederland houden boeren zich inmiddels bezig met natuur- en landschapsbeheer. Op basis van een aantal door het 'beleid' vastgestelde maatregelen krijgen zij hiervoor vergoedingen; de meest gebruikte constructie hiervoor is het Programma Beheer. Naast bestaande regelingen zijn er tal van nieuwe initiatieven op het gebied van natuur en landschapsbeheer door boeren. Deze initiatieven passen niet zonder meer in het bestaande beleid en moeten in principe beoordeeld worden door Brussel om vast te stellen of financiering van zo'n activiteit niet tot concurrentievervalsing ten opzichte van andere boeren leidt.
Al enige tijd werken IPO (Inter Provinciaal Overleg), provincies en het ministerie van LNV aan de zogenaamde Groene Diensten Catalogus. Deze catalogus bestaat uit een lijst met maatregelen die op dit moment ontwikkeld worden op het gebied van groene en blauwe diensten. Het idee is de bestaande initiatieven in de catalogus te bundelen zodat deze in één keer ter goedkeuring aan Brussel aangeboden kan worden. Na goedkeuring kunnen overheden de catalogus raadplegen om maatregelen te selecteren en hoeven zij niet voor elke dienst afzonderlijk de staatssteuntoetsprocedure te doorlopen. Het is de bedoeling dat de catalogus vóór 1 april 2006 is samengesteld en vanaf 1 januari 2007 kan gaan draaien.
Een goedgekeurde catalogus zou een grote stap vooruit zijn; maar wat wordt er precies onder een 'groene dienst' verstaan? Groene diensten zijn activiteiten op het gebied van natuur, water, landschap, cultuurhistorie en recreatie die door de grondeigenaar (veelal boeren) worden ondernomen, en die niet wettelijk verplicht zijn. Groene diensten spelen in op de maatschappelijke vraag naar een aantrekkelijk landschap voor recreatie en beleving. De grondeigenaar wordt betaald voor het leveren van deze diensten. De Europese Commissie toetst of er bij de financiering van groene diensten sprake is van concurrentievervalsing ten opzichte van andere boeren in Europa.
De Boeren voor Natuur projecten én het puntensysteem dat ontwikkeld is voor Midden Delfland worden overigens voorafgaand aan de catalogus in Brussel getoetst. Andere initiatieven op het gebied van Groene en Blauwe Diensten kunnen pas na goedkeuring van de catalogus van start gaan.
Beekherstel in Twickel: hoe 'melk' je een beek?

Beken vervullen een belangrijke rol in de water- en mineralenhuishouding van het landschap. Van oudsher gebruiken boeren de beken voor bevloeiing, doordat zij het beekwater over het hooiland naar de lager gelegen laak laten vloeien. Dit vloeiwater is rijk aan kalk en mineralen, elementen die zo op natuurlijke wijze op het weiland terecht komen. Hiermee wordt het natuurlijke proces nagebootst van de rivier die zijn stroomgebied vruchtbaar maakt/houdt dankzij periodieke overstromingen. Boeren regelden vroeger deze bevloeiing met verschillende technische voorzieningen, afhankelijk van de situatie en mogelijkheden ter plekke: met behulp van een toevoerkanaal, sluisjes, greppeltjes, walletjes of via een opgeleide beek. In de loop der tijd zijn vele oude beeklopen echter verdwenen, zijn beken uitgediept, verlegd of kunstmatig aangelegd. Het gebruik van beekwater op vloeiweides vormt geen onderdeel meer van het water- en weidebeheer door boeren sinds de uitvinding van kunstmest aan het eind van de negentiende eeuw.
Het historische bevloeiingssysteem past uitstekend in het concept van Boeren voor Natuur, waarin het werken volgens gesloten kringloop een belangrijk uitgangspunt is. Het 'melken' van de beek ten behoeve van de kalk- en mineralenhuishouding is niet alleen in dit kader, maar zeker ook vanuit cultuurhistorisch oogpunt een interessante gedachte! In Twickel voert GertJan Baaijens (werkzaam op de universiteit van Groningen) een klein onderzoek uit naar de mogelijkheden om het historische bevloeiingssysteem in de zijbeek van de Hagmolenbeek (deels) weer in ere te herstellen. Dit onderzoek, in opdracht van het Waterschap Regge en Dinkel, wordt in overleg met de betrokken ondernemer (Marvin Hofstede) en de projectgroep uitgevoerd. DLG verkent de maatregelen die nodig zijn om dit plan verder uit te werken en de daar aan verbonden kosten in kaart te brengen.
- 15 februari: bestuurlijk overleg Biesland
- 11 maart: Lions steunen BvN door een dag mee te werken op Erve Bunte, Twickel
- 11 maart: Vrienden-Doe-dag op Hoeve Biesland
- 25 maart: televisieuitzending over de Polder van Biesland (NCRV)
- Verhalen van Biesland,
Voorstel voor monitoring en evaluatie van Boeren voor Natuur in de Polder van Biesland, 2005 - Boeren voor Natuur op Twickel,
plan eerste fase, 2005 - Folder ‘Boeren voor Natuur op Twickel’, 2005
- Folder ’Boeren voor Natuur in het Amerdiep; unieke kans voor een uniek beekdalgebied’, 2005





