English Nederlands

Nieuwsbrief detail

[nieuwsbrief] Boeren voor Natuur - juli 2006


Help! Ons mooiste landschap gaat er aan
Dubbele tong ‘Europa’ dreigt vernieuwing platteland te frustreren

"Dit is een oproep aan Nederlandse en Europese politici en beleidsmakers. Na alle mooie woorden moet nu snel gewerkt worden aan concreet beleid om natuur, landschap, water en agrarische activiteiten tot in het hart van een landbouwbedrijf met elkaar te verbinden. ‘Europa’ spreekt op dit punt echter met dubbele tong. Door het weifelende Europese beleid komt de zo vurig gewenste vernieuwing in Nederland niet van de grond. Dat betekent weinig goeds voor ons cultuurlandschap.

Stel je bent melkveehouder in het veenweidegebied in het westen van Nederland. Je hebt de steden om je heen zien groeien en het werd gaandeweg drukker in de polders. Of je bent boer in een landschap van houtwallen, steilranden en essen in het oosten van Nederland. Je weet dat een grootschalig, intensief bedrijf met een sterke positie op de wereldmarkt hier geen optie is. Tegelijkertijd heb je hart voor de natuur en het landschap. En gelukkig hamert ‘Europa’ in diverse bewoordingen op het belang van duurzame landbouwsystemen. Je bent je ervan bewust, dat het woord ‘duurzaam’ in de slootrijke polders of tussen de houtwallen betekent dat je èn natuurwaarden ontwikkelt, èn inspeelt op de wisselende waterstanden, èn de stedeling voorziet in diens behoeften aan bijvoorbeeld recreatie en verantwoorde producten. Niks wereldmarkt dus, want rekening houden met deze maatschappelijke doelstellingen heeft onherroepelijk consequenties voor de agrarische bedrijfsvoering. Hoe dan financieel het hoofd boven water te houden.

Inmiddels werken boeren, onderzoekers en beleidsmakers in een brede coalitie aan alternatieve vormen voor het boerenbedrijf. Niet de maximalisatie van de productie staat voorop. Wèl de ‘koe in de wei’, het behoud van kenmerkende en fraaie landschappen en het gesloten houden van ‘de kringloop’. Dat laatste wil zeggen dat geen mest en voer wordt aangevoerd van buiten het bedrijf. Eigenlijk zoals het vroeger was, maar dan in een modern jasje.

Het inkomen uit productie zal in deze opzet fors dalen, maar de waarde van het natuurrijke cultuurland zal navenant stijgen. Regionale overheden (gemeenten, waterschap, provincie) en de minister van LNV hebben de ideeën inmiddels omarmd. Extra inkomsten uit woningbouw in dit soort groene gebieden, of gelden die waren bestemd voor andere vormen van natuurbeheer worden in een fonds gestort. Als gevolg van die eenmalige storting kan de boer voor een lange periode gecompenseerd worden voor de extra inspanningen die hij voor de natuur en het landschap pleegt. Er hoeft geen extra geld bij. Die lange termijn is belangrijk, want de gemaakte keuze zo goed als onomkeerbaar. Het machinepark wordt aangepast, een potstal gebouwd, het koeienras veranderd, het waterpeil geflexibiliseerd. De eigenschappen van de grond zullen veranderen. Het inkomen uit productie daalt structureel. Zekerheid voor een lange termijn garandeert dat met het bedrijf ook de ‘boerennatuur-waarden’ zich kunnen versterken. Deze hebben immers een veel langere omlooptijd dan de Haagse of Europese beleidscyclus!

Na veel vergaderingen, rondleidingen op het bedrijf, onderzoek en politiek-bestuurlijke besluitvorming lijkt het allemaal te gaan lukken. Maar de minister heeft (naast regionale co-financiering) nog één voorwaarde verbonden aan zijn bijdrage. De Europese Commissie moet het plan goedkeuren, want de minister wil niet het risico lopen te worden teruggefloten door het Europese Hof van Justitie. Maar de Europese Commissie is bang dat noodlijdende landbouwbedrijven op deze wijze door de staat gesteund worden. En ook dat de afnemende subsidies voor landbouwproducten op deze manier via een achterdeur alsnog, op een concurrentievervalsende manier, bij de boeren terecht komen. In andere situaties is die vrees begrijpelijk, maar hier misplaatst.

Boeren en onderzoekers verenigen daarom hun krachten om hun versie van het verhaal te vertellen. Want hoe is het in hemelsnaam mogelijk een oneerlijke concurrent te zijn met een gehalveerde melkproductie en een veebezetting van slechts 1,2 koe per hectare, boerend in verre van optimale omstandigheden, terwijl de boer ook nog veel tijd besteedt aan natuur- en landschapsbeheer? Hier gaat het niet om concurrentievervalsing, maar om de vraag wat we ervoor over hebben dat boeren een bijdrage leveren aan natuur, landschap en waterbeheer. Agrarische productie is in deze situatie niet gericht op verwerving van een sterke positie op de wereldmarkt, maar op de versterking van het regionale landschap. De haast ongrijpbare details van de rekenregels van de interne markt worden echter ook in relatie tot dit initiatief toegepast, en tot wet verheven. Een dubbele tong dus. En dat terwijl de regionale overheden en de minister van LNV zich al bereid hebben verklaard uitvoering van de ideeën in twee gebieden te ondersteunen. Nu zou ‘Europa’ op deze manier het initiatief dwarsbomen?

Dat willen wij voorkomen. Het initiatief is veelbelovend, ook voor andere delen van Nederland waar natuur en landbouw in het verleden gezamenlijk de kwaliteit van het landschap bepaalden. De Europese beleidsdocumenten lijken de pleidooien voor het overbruggen van de kloof tussen landbouw en natuur te ondersteunen. In de praktijk is de bril van het interne marktdenken, waarin overheidssteun aan boeren altijd verdacht is, echter dominant. Natuur en landbouw zijn in dat denken aparte werelden. Natuur tot in het hart van het landbouwbedrijf brengen (bijvoorbeeld via een kringloopsysteem) mag, maar de boer mag geen zekerheid krijgen wat betreft de levensvatbaarheid van zijn bedrijf. En het meest bizarre: het begint erop te lijken dat het óók niet mag als er in Nederland door de politiek voor gekozen wordt. Vandaar dit verhaal. Als er niet snel iets gebeurt, dan wordt sluipenderwijs een trend doorgezet die ertoe leidt dat onze mooiste landschappen verloren gaan, en wie wil dat nu?"

Auteurs van dit persbericht zijn: Marleen Buizer (wetenschappelijk onderzoeker bij Alterra, Wageningen UR), Jan Duijndam (boer in de Polder van Biesland), Joanneke Kruijsen (lid van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer).

Naar het bericht van de Gelderlander (.pdf) 17 juni 2006

Gesprekken met vragers en aanbieders van groen-blauwe diensten

In meerdere gebieden in Nederland zitten boeren, regionale overheden en private partijen om de tafel om vorm te geven aan groene en blauwe diensten. Soms zijn daar ook natuurbeherende organisaties bij betrokken. Het ministerie van LNV ondersteunt een aantal van deze initiatieven, waaronder ook Boeren voor Natuur.

De interesse voor en betrokkenheid bij groen-blauwe diensten is groot. Maar hoe denken al deze verschillende participanten over de mogelijkheden van groen-blauwe diensten? Welke rol zien ze hierin voor zichzelf weggelegd? En slagen ze er in om vraag en aanbod van groenblauwe diensten voldoende op elkaar af te stemmen? Om antwoorden te vinden op deze vragen, ging Corney Niemeijer in gesprek met betrokkenen van provincies, waterschappen, het Rijk en maatschappelijke en natuurbeherende organisaties. De reacties van de diverse respondenten zijn dermate interessant dat besloten is deze te bundelen in een boekwerk.

Naast de ‘vragers’ komen hierin ook de ‘aanbieders’ van groen-blauwe diensten aan bod. Het zijn twee boeren die voor de keuze staan om te schakelen naar een natuurgerichte bedrijfsvoering volgens Boeren voor Natuur. In eerste instantie geven hun verhalen inzicht in de daadwerkelijke motivatie van de boeren om groen-blauwe diensten uit te gaan voeren. Ook laten hun verhalen zien wat de boeren de maatschappij te bieden hebben. Corney is zelf een van de boeren die gekozen heeft voor een natuurgericht bedrijf. Zijn eigen verhaal geeft dit boekje een persoonlijke tint.

In dit boekje is de koppeling gelegd met Boeren voor Natuur, om steeds een vertaalslag te kunnen maken naar de praktijk. Dit voorbeeldproject illustreert in hoeverre belangen gekoppeld kunnen worden en wat de mogelijkheden zijn van een geïntegreerde aanpak. De ‘woordvoerders’ spreken vanuit hun eigen visie en ervaring en koppelen deze aan het praktijkvoorbeeld ‘Boeren voor Natuur’.

De verhalen leren ons doorzien wat de succesfactoren zijn, maar ook waaraan aandacht besteed moet worden om GBD succesvol te maken. Bovendien brengen ze in beeld wat de intrinsieke behoefte is, om in samenwerking groenblauwe diensten te realiseren. Omdat dat de basis is voor opzet en voortgang.

Het boekje ‘Visie op balans. Vragers en aanbieders van groenblauwe diensten aan het woord’ is te downloaden (pdf). Ook kunt u een hardcopy bestellen bij annelies.bruinsma@wur.nl.

Hoe staat de Polder van Biesland ervoor?

Op 30 maart jl. kwam de werkgroep ‘Monitoring en evaluatie’ in de Polder van Biesland opnieuw bijeen. Na de start in 2004 en het eerste boekje ‘Verhalen van Biesland’ is in 2005 een grote stap voorwaarts gezet om het monitoring- en evaluatieproces verder in te vullen. De essentie van monitoren in Biesland is de verhalen en kennis uit de streek bijeen te brengen en daarvan te leren, problemen te benoemen en oplossingen te bedenken. Het is vooral dus een gezamenlijk leerproces.

Tijdens de bijeenkomst is met name de discussie over het baggeren in Biesland een belangrijk gespreksonderwerp. Eerder werd al gesproken over de effecten van baggeren op de visstand, het gebruik van bagger om het land te bemesten en het zoeken naar oplossingen voor vissterfte door schoolklassen te betrekken bij het teruggooien van de vissen. Het baggeren heeft tot nu toe positief uitgepakt voor de vissoorten, er zijn er nu al weer meer aangetroffen. Voor 2006 wordt afgesproken dat nauwkeurig wordt bijgehouden wanneer welke sloot wordt gebaggerd. Voor zover mogelijk zal worden geprobeerd het baggeren samen te laten vallen met vismonitoring, zodat de invloed van het baggeren op de vissen goed in de gaten gehouden wordt.

Het waterverhaal is gecompliceerd en kent verschillende versies. Daardoor is er onduidelijkheid over de betekenis en toepassing van een flexibel peil in de polder. Flexibel peilbeheer blijkt een moeilijk uit te leggen ‘verhaal’ te zijn dat maar langzaam beklijft. Het plan is na de zomer een waterworkshop te organiseren om te komen tot gemeenschappelijke inzichten en betere afstemming hierover.

De resultaten over 2005 zijn inmiddels bijeengebracht in het boekje ‘Verhalen van Biesland 2005’ dat binnenkort wordt verspreid. Het jaar 2005 is vooral benut voor verkenningen en experimenten. Hoewel Boeren voor Natuur nog niet is gestart op het bedrijf, zijn er al wel verschuivingen gaande richting een natuurgerichte bedrijfsvoering. Het is daarom van belang goed op te schrijven wat de huidige situatie is en bij te houden welke verschuivingen er zijn en hoe deze het landschap, de natuur, de mens en het bedrijf beïnvloeden. De gegevens zijn met hulp van vele vrijwilligers boven tafel gekomen. Het boekje is een samenvatting van de monitoringsresultaten van 2005, bedoeld voor de snelle lezer die belangstelling heeft voor de ontwikkelingen in de Polder van Biesland. Daarnaast is er een uitgebreid rapport beschikbaar, waarin naast de beschikbare gegevens ook de methodiek is beschreven. Dit uitvoerige rapport is vooral bedoeld voor alle uitvoerders van de monitoring en evaluatie in de Polder van Biesland.

Zodra het boekje beschikbaar is, zal het worden geplaatst op de website www.boerenvoornatuur.nl. Belangstellenden kunnen een exemplaar bestellen bij annelies.bruinsma@wur.nl. In 2006 zal de monitoring voor de drie thema’s Ecologie en water, Bedrijf en Maatschappij worden voortgezet.

Boerenzwaluw ondersteunt Boeren voor Natuur

De Boerenzwaluw hoort thuis in de categorie gras- en bouwland en staat voor het eerst in zijn bestaan op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels. Deze rasechte vogel van het platteland is de dupe geworden van onder meer intensieve veehouderijsystemen, het verdwijnen van kruidenrijke- en bloemrijke weilanden en van modderpoeltjes en sloten. Het aantal insecten, hun enige voedselbron, neemt daardoor zowel in aantal als in soortenrijkdom af.

In de drie jaar dat Corney Niemeijer op De Bunte woont en werkt is er geen zwaluw te bekennen geweest. Een aantal weken geleden heeft het eerste paartje zich echter gemeld en zijn er 3 nesten op rij gebouwd, onder de dakgoot van de boerderij.

De boerenzwaluw kun je niet dwingen om ergens te leven en te nestelen. Het enige wat je kunt doen is de randvoorwaarden voor zijn aanwezigheid zo goed mogelijk inrichten, in de hoop dat deze vogel daar gebruik van maakt. Er zijn weer meer bloemen en kruiden in de wei en de houtwallen en sloten bieden weer ruimte aan diverse insecten. Eveneens is er met het nieuwe landschapselement, de waterloop met oplopend talud, weer modder en leem beschikbaar voor het bouwen van een nest. Ook het gebruik van potstalmest geeft de bouwstenen voor een prachtig nest en prettig leefmilieu.

Hiermee laten de Boerenzwaluwen zien dat de natuurgerichte boer een belangrijke bijdrage levert aan hun voortbestaan. Hoewel Boeren voor Natuur nog niet in zijn volle glorie wordt toegepast op De Bunte, geeft dit wel aan dat het systeemdenken en -werken werkt. De omgeving zo inrichten dat er ruimte is voor een diversiteit aan flora en fauna waardoor deze vanzelf zijn of haar weg zal vinden. Dit alles draagt bij aan het herstel van een natuurlijk evenwicht tussen landschap, dier en mens.

AGENDA

  • Oktober 2006: (datum nog niet bekend): 'Waterworkshop' Biesland

NIEUWE PUBLICATIES

  • Verhalen van Biesland 2005,
    Jaarverslag Monitoring en Evaluatie Boeren voor Natuur; T. Ekamper e.a.; 2006
  • Visie op balans.
    Vragers en aanbieders van groen-blauwe diensten aan het woord; C.C. Niemeijer; 2006
  • Bedrijfsfolder ' Hoeve Biesland'; 2006
    download de Bedrijfsfolder Hoeve Biesland (.pdf)