English Nederlands

Nieuwsbrief detail

[nieuwsbrief] Boeren voor Natuur - november 2008


Nattigheid in de Bethunepolder

In de verkenning Boeren voor Natuur in de Bethunepolder zijn we in een spannende fase aanbeland. De plannenmakerij in het kader van de Landinrichting Noorderpark (Herinrichting Bethunepolder), die voor ons context is, is al vergevorderd (een concept bestek is al klaar). Toch is nog niet alles in kannen en kruiken. Intussen denken wij na over het beheer van de Bethunepolder na inrichting en verandering van het peilbeheer. Dit doen wij in nauw overleg met de twee enthousiaste boeren in de Bethunepolder die wellicht het beheer voor hun rekening gaan nemen.

Het is de bedoeling van de herinrichting Bethunepolder dat delen van de polder natter worden en dat er een mozaïek ontstaat van bloemrijk grasland, nat schraalgrasland en trilveen. Het vernatten is nodig om tegendruk te geven tegen de kwel uit de omliggende plassen (Loosdrechtse plassen en Tienhovense plassen) zodat er minder water uit de omliggende plassen weglekt.

De mate van kwelreductie in de polder, want daar zal sprake van zijn, is afgestemd met de Waternet/gemeente Amsterdam. In het midden van de polder kwelt namelijk heel goed water op dat afkomstig is van de Utrechtse Heuvelrug. Dit water wordt door de gemeente Amsterdam gebruikt ten bate van de productie van drinkwater. De Bethunepolder staat daarom ook bij de Provincie Utrecht (PMV) bekend als een Waterwingebied. Dat kwelwater zorgt overigens voor het op grote schaal voorkomen van het zeldzame Blaasjeskruid (Utricularia, zie foto) in de sloten van de Bethunepolder. En het is de directe aanleiding voor de wens om het zeldzame trilveen te ontwikkelen, dat afhankelijk is van dergelijk kwelwater.

De Bethunepolder blijft dus een polder met veel grasland. Wij kijken nu welk graslandbeheer haalbaar is bij de huidige waterplannen. Bloemrijke graslanden en natte schraalgraslanden hebben maaibeheer nodig. Percelen die te nat zijn, kunnen niet gemaaid worden (tenzij zeer specialistisch materieel wordt gebruikt). Percelen die niet gemaaid worden, zullen verbossen. Als er eenmaal opslag van bomen is, is dat bijna niet meer weg te krijgen. Tenminste, niet zonder gif en dat kun je nu net niet gebruiken in een waterwingebied. Beheer van te natte percelen wordt dan heel duur, met een continu risico dat de strijd tegen de boomopslag verloren wordt.

Ons is gevraagd om te kijken of Boeren voor Natuur een benaderingswijze is voor het beheer van het Amsterdamse (zuidelijke) deel van de Bethunepolder waarbij de hoop is dat ook het noordelijke deel van de polder op die manier beheerd kan gaan worden. Beheer door boeren is al snel goedkoper dan het zelf doen. Boeren hebben namelijk koeien. Maaien is in hun belang. Bovendien zijn ze permanent aanwezig in de polder. Als er een methode van boeren is die geschikt zou moeten zijn voor moeilijke omstandigheden en het behalen van natuurdoelen, is dat Boeren voor Natuur. Maar als het te nat wordt, gaat het ook met Boeren voor Natuur niet lukken. Je moet in de zomer met je koeien en je machines het land op kunnen, anders is het niet te doen.

We proberen nu een beeld te krijgen van knelpunten voor graslandbeheer. Vervolgens gaan we bekijken welke percelen in de toekomstige situatie in aanmerking komen voor boerenbeheer en stellen we op basis daarvan bedrijfsplannen op. Er zijn nog veel vragen en onzekerheden. Al zoekend hopen we te komen tot een mooi plan voor deze mooie polder.

Twickel in kaart gebracht

Op Twickel, bij de drie bedrijven die zich ontwikkelen tot natuurgerichte boeren, is het seizoen niet zo maar voorbijgegaan. Conform het monitoringplan is er veel veldwerk verzet. Zo is van ieder bedrijf een vlakdekkende graslandkartering uitgevoerd, is er een broedvogelkartering uitgevoerd en wordt de laatste hand gelegd om de impact van Boeren voor Natuur op de maatschappelijke omgeving te verslaan. Nog dit najaar wordt de bemonstering van het gewas, de grond en de mest gedaan. Zo hebben we vastgelegd wat de uitgangssituatie is en kunnen we veranderingen voor de komende jaren vergelijken en interpreteren. De voorbereiding voor het nieuwe seizoen staat alweer opstapel met deels dezelfde zaken. Net als in Biesland zijn er ook op Twickel plannen om hoger beroepsonderwijs bij het onderzoek te betrekken (over bosvitaliteit, de ontwikkeling van natuur en landschap, landbouwontwikkeling, enz.).

De ontwikkelingen op Twickel krijgen veel aandacht en de bestuurders zullen met zorg het complexe proces blijven volgen en ondersteunen. De boeren zitten in een ingewikkeld veranderproces en daarom moet men bedacht blijven om allerlei benodigde vergunningen (bijvoorbeeld vanwege veranderingen aan erf en gebouwen) te krijgen.

Weer studenten INHolland betrokken bij monitoring

Op dinsdag 7 oktober 2008 volgde de nieuwe lichting tweedejaars studenten van Hogeschool INHolland in Delft een gastcollege over monitoring. Deze studenten gaan volgend jaar de dagvlinders en libellen in de polder van Biesland monitoren en misschien ook nog de amfibieën. Om bruikbare veldgegevens te verzamelen is het van belang om goede afspraken te maken over dataopslag, gegevensverwerking, te volgen routes e.d. Ook soortenkennis stelde Fabrice Ottburg (Altera) in het gastcollege aan de orde; voordat je een vlinder noteert, moet je immers wel weten welke soort het is. De studenten zullen vanaf half april goed voorbereid het veld in gaan.

Voor het thema Maatschappij is een vijftal vierdejaars studenten van de richting Bos- en Natuurbeheer en Ruimtelijke Ordening druk bezig met twee onderzoeken. Eén gaat over wat verschillende doelgroepen vinden van de Polder van Biesland. Hiervoor worden onder andere de Vrienden van Biesland ondervraagd, maar ook forenzen en recreanten. In het andere onderzoek zullen zij zich richten op ‘vleeseters’ in de regio, en dan met name de consumenten die kiezen voor het biologische vlees van Hoeve Biesland. Nickie van der Wulp (Alterra) begeleidt deze studenten samen met Jos Borgers van Hogeschool INHolland.

Boeren voor Natuur lijkt met de Catalogus nu overal te kunnen

Op basis van een helpdeskvraag door het ministerie van LNV zijn we aan het bekijken of Boeren voor Natuur op basis van de Catalogus Groenblauwe Diensten uitvoerbaar is. Als dat lukt, zijn nieuwe staatssteunprocedures voor nieuwe Boeren voor Natuurprojecten niet langer nodig. Boeren voor Natuur kan dan in principe overal in Nederland worden opgezet, mits er financiering beschikbaar is vanuit bijvoorbeeld gemeenten of waterschappen. Met alleen private financiering is Boeren voor Natuur sowieso toegestaan.

Boeren voor Natuur staat niet als zodanig in de Catalogus; een gesloten kringloop evenmin. In de Catalogus staan geen bedrijfssystemen, alleen losse maatregelen. Als je nu een vergoeding kunt berekenen vanuit enkele losse maatregelen die binnen Boeren voor Natuur vanzelfsprekend zijn, kun je dat bedrag opnemen in een Boeren voor Natuur-contract. De Catalogus wordt dan gebruikt om de Boeren voor Natuur-vergoeding staatssteunproof te maken. In het contract kun je dan de gesloten kringloop afspraak vastleggen. Je spreekt dan in feite meer af dan wat de Catalogus vereist voor dat bedrag.

Uit de modelberekeningen voor Boeren voor Natuur (zie het ASG rapport) wordt duidelijk wat de extra kosten zijn die een gesloten bedrijfsvoering met zich meebrengt. Het gaat met name om arbeid, gebouwen, machines en grond. Vanwege die gebouwen en machines hebben we altijd aangestuurd op langdurige contracten (30 jaar of meer). Voor de korte termijn ga je immers niet zoveel investeren. De Catalogus gaat uit van contracten van maximaal 7 jaar, maar maakt het ook mogelijk dat dergelijke investeringen apart van de vergoeding worden gefinancierd. Voor de boer wordt daarmee het risico van een korter contract een stuk kleiner. Het is dan aan de betalende partij om de andere reden voor een langdurig contract te bewaken: de tijd die nodig is voor het ontwikkelen van natuurwaarden.

In principe kan deze benadering volgens de catalogus-methodiek via twee routes worden uitgewerkt: via ‘extensivering’, waarbij landbouwkundige productie mogelijk blijft, en via ‘uit landbouwkundige productie’, waarbij modelmatig de opbrengsten uit de landbouw van de vergoeding moeten worden afgetrokken. Beide benaderingen hebben voor- en nadelen. In de praktijk zal moeten blijken of deze oplossing ook daadwerkelijk tot uitvoerbare contracten gaat leiden en of de vergoedingen hoog genoeg zijn. In de Bethunepolder gaan we dit verder onderzoeken.

Europese lokale initiatieven ontmoeten elkaar

In een eerdere nieuwsbrief schreven we dat we op zoek waren naar Boeren voor Natuur ‘look-alikes’ in Europa. Het was een hele zoektocht, maar uiteindelijk vonden we een aantal lokale initiatieven die wel iets weg hebben van Boeren voor Natuur of van de Nederlandse groenblauwe diensten. De eerste resultaten van deze verkenning zijn opgeschreven in een PLUREL working paper (zie Publicaties). Vervolgens hebben we de personen achter deze initiatieven benaderd om te kijken of er animo was om elkaar te ontmoeten. Door deze contacten vonden we nog enkele initiatieven die nog niet in het working paper zijn beschreven. En daar was zowaar een Boeren voor Natuur look-alike bij! Het Waddensea Estuary Nature and Environment Improvement Project (WEP) in Denemarken. Boeren in het gebied van de monding van de Varde rivier zijn overgegaan op een systeem zonder aanvoer en krijgen daarvoor gedurende 20 jaar een vergoeding. Dit LIFE-project wordt ook wel Farming for Nature genoemd, met de kwartelkoning als icoon. Helaas lukte het niet om mensen van dit initiatief bij onze workshop te krijgen, maar we gaan zeker nogmaals contact zoeken.

Op 1 en 2 oktober ontmoetten we dan toch mensen van 12 verschillende initiatieven (3 uit de UK, 3 uit Duitsland, 1 uit Portugal en 5 uit Nederland) tijdens de PLUREL conferentie in Den Haag. Daarnaast schoof een aantal beleidsmakers uit Nederland en Engeland en een geïnteresseerde Franse onderzoekster aan. Aan het eind van de workshop was Europarlementariër Thijs Berman onze gast. Het verslag zullen we binnenkort beschikbaar maken op deze website.

Het eerste gedeelte bestond uit posterpresentaties, om kennis te maken met elkaars initiatieven. Wat opviel, was de grote rijkdom aan goede ideeën en de uiteenlopende ervaringen. De benaderingen waren heel verschillend en lang niet alle goede ideeën zijn tot uitvoering gekomen. Het blijkt niet eenvoudig te zijn om lokale initiatieven voor agrarisch natuurbeheer op te zetten. Er was veel herkenning als het ging om het harde werken in het proces: het krijgen van draagvlak onder boeren, het vinden van financiering en het doorlopen van langdurige staatssteunprocedures. Maar het werd ook duidelijk dat wij in Nederland waarschijnlijk te snel denken dat ‘iets niet mag’ van Europa. Er werden tips uitgewisseld om aanvragen op te stellen in ‘Europese taal’ en met onderbouwing voor alle genoemde bedragen, al is het maar ‘ervaringscijfers uit het gebied’. Een lookalike van het Nederlandse concept van de Catalogus Groenblauwe Diensten blijkt in gebruik bij de Engelse National Park Authority. De nationale parken dienen hun aanvragen gezamenlijk in, waardoor een lijst ontstaat met toegestane maatregelen en maximum prijzen.

In Duitsland worden vormen van marktwerking door middel van veilingen uitgeprobeerd. Er wordt een call uitgeschreven voor het behalen van natuurdoelen. Boeren kunnen daarop inschrijven en degene met het beste aanbod krijgt het contract. Dit initiatief in Northeim lijkt een beetje op de Utrechtse proef in de Langbroekerwetering. Het initiatief van de landschapsveiling in de Ooijpolder is een voorbeeld van een heel ander soort veiling. In de groep was veel interesse voor dit idee. Er is nog weinig ervaring met het succesvol werven van particuliere fondsen voor landschapsbeheer door boeren.

Het werken aan draagvlak onder boeren blijkt een sleutelfactor te zijn. In het project in Portugal is dit uiteindelijk goed gelukt, terwijl aan het begin van het project grote scepsis heerste. Nu is het de kunst dit draagvlak te behouden, nu de besluitvorming op nationaal en europees niveau plaats moet vinden en dat wel even kan duren… In het GRANO–project in Duitsland was het gebrek aan draagvlak onder een deel van de boeren uiteindelijk één van de knelpunten. Ondanks de goede intenties was het niet voldoende gelukt om boeren te betrekken bij het ontwerp van de maatregelen. En dat terwijl het idee geïnspireerd was op de Nederlandse agrarische natuurverenigingen. Blijkbaar is een goed idee niet zomaar te kopiëren. Het project ging uiteindelijk niet door vanwege gebrek aan financiering door de landsoverheid.

’s Avonds gingen we op excursie naar de polder van Biesland om een rondleiding te krijgen van Jan Duijndam en te eten in de Uylenburg. Er was veel interesse in de aanpak van Boeren voor Natuur en de spin-off voor het bedrijf en het gebied in de vorm van streekproducten, educatie, recreatie en bedrijvigheid.

De workshop werd afgesloten met een discussie over het nut van lokale initiatieven op het gebied van agromilieu en wat deze initiatieven nodig hebben om tot bloei te komen. We formuleerden aanbevelingen voor andere initiatiefnemers, beleidsmakers en onderzoekers. We spraken af dat we door willen gaan en onze ideeën en ervaringen willen bundelen in een boek. Voor dat project gaan we nog financiering zoeken.

Andere initiatieven: Boerin gevonden voor Keizersrande

Stichting IJssellandschap in Deventer, eigenaar van het gebied van Nieuwe Rande en de Keizers- en Stobbenwaarden, was als 'koploper' in het rivierengebied nauw betrokken bij de toekomstplannen voor de uiterwaarden ten noorden van Deventer. Samen met Alterra, die in een groter project samenwerkte met TAUW BV uit Deventer, is een strategische visie ontwikkeld waarin een nieuw soort natuurbeheer, opnieuw uit te vinden door een enthousiaste nieuwe ondernemer, binnendijks en buitendijks ontwikkeld wordt. Jaap Starkenburg, rentmeester bij IJssellandschap, was erg geïnspireerd door het type landschap langs de Loire (Frankrijk), waar de dynamische riviernatuur overvloeit in het halfnatuurlijke landschap van de Loire boeren. Een uitdaging voor een nieuwe rol voor particuliere natuur, zodanig dat er ook duurzaam inkomsten gegenereerd worden.

De uitkomst is een 'Natuurderij' geworden, een boerderij die natuurbeheer en landbouw integreert. Binnen dit bedrijf wordt grootschalige natuur met kleinschalig landschap én binnendijks landgoed tot één eenheid vervlochten. Na jaren van onderzoek en plannenmakerij begint de natuurderij inmiddels concreet te worden. Er is een boerin gevonden om het bedrijf te gaan ontwikkelen in de uiterwaarden langs de IJssel. In januari 2010 gaat ze starten. In de 2½ jaar daarna worden nevengeulen gegraven en wordt het erf aangelegd door de Stichting IJssellandschap. Tot die tijd maakt ze gebruik van een tijdelijk onderkomen.

De natuurderij wordt een natuurgericht bedrijf volgens Boeren voor Natuur. Omdat vooralsnog geen vergoeding wordt betaald uit een gebiedsfonds, zoals in Twickel en in Biesland, kan dit initiatief in de vorm van een pachtcontract tussen IJssellandschap en ondernemer van start. Voor delen van het gebied wordt SN of SAN aangevraagd. De boerin, Annet Harberink, verwacht niet dat ze extra vergoedingen nodig heeft. Ze verwacht goede natuurdoelen te halen zonder dat de productie al teveel omlaag zal gaan. Het niet aanvoeren scheelt in de kosten. Haar voordeel is dat ze kwalitatief goede grond krijgt en dat de uiterwaarden jaarlijks overstromen, waardoor van nature aanvoer van nutriënten plaatsvindt. Dat zal weliswaar de afvoer in de vorm van melk en vlees niet volledig compenseren, maar het is wel mooi meegenomen. Annet gaat van start met 90 melkkoeien en 80 ossen, beide van het MRIJ-ras. Dit Oudhollandse ras is geschikt voor zowel melk- als vleesproductie. Ze gaat haar eigen graan verbouwen om als veevoer te gebruiken.

Ondanks de goede verwachtingen blijft het natuurlijk een experiment. IJssellandschap en Annet Harberink zien het als een prachtige uitdaging om de Natuurderij tot een ecologisch en economisch gezond bedrijf te ontwikkelen. Zie ook www.ijssellandschap.nl.

AGENDA

  • 17 november 2008: Bijeenkomst Monitoring en Evaluatie polder van Biesland

NIEUWE PUBLICATIES

  • European Lessons Green and Blue Services. Judith Westerink, Marleen Buizer, Jesús Santiago Ramos (2008)
  • Verhalen van Biesland 2007. Judith Westerink e.a. (2008)