Nieuwsbrief detail
[nieuwsbrief] Boeren voor natuur - april 2009
Boeren voor Natuur op bezoek in Boxtel .jpg)
Al eerder schreven we in deze nieuwsbrief over het bedrijf van Peter en Marja Oomen in Boxtel: een landbouwlandgoed dat voortbouwt op de visie Boeren voor Natuur. Het idee is dat de financiering via het instrument ‘rood-voor-groen’ wordt geregeld door het toewijzen van een aantal bouwlocaties op het landgoed. De gemeente Boxtel keurde de plannen in 2007 al goed, maar de fase die daarop volgde bleek een moeizame. Op 2 maart bracht een groep van 15 personen, betrokken bij Biesland, Twickel èn Boxtel, een bezoek aan het bedrijf van de familie Oomen.
Peter Oomen beschikt momenteel over 1000 ha natuurgebied (plus een aantal kleinere stukken) en 100 ha bouwland. In totaal 17 ha is eigendom; de rest is van Natuurmonumenten. Al 17 jaar geleden schakelde hij om van vleeskalveren naar een biologische bedrijfsvoering met vleeskoeien. Om de koeien dichter bij huis te kunnen weiden, kocht hij 10 jaar geleden het huidige bedrijf. Bewust koos hij voor een locatie aan de rand van een natuurgebied. Door de jaren heen is een deel van de oude gebouwen opgeknapt en heeft het bedrijf zich ontwikkeld tot wat het nu is:
- 120-130 stuks vleeskoeien, zomer en winter vrij rondlopend in 1000 ha natuurgebied
- 5 appartementen en 10 paardenboxen voor overnachting ruiter & paard
- vermarkting van 80% van het vlees (levering vleespakketten aan huis)
- opfok van paarden, in samenwerking met een andere ondernemer (nu ongeveer 70 stuks)
- Een gesloten kringloop. Alleen voor de paarden wordt soms aanvullend voer gekocht.
In 2002 wil een buurman een landgoed (d.w.z. 70% wordt bos) beginnen. Oomen wil niet dat het mooie, oude, open landschap achter zijn bedrijf bos wordt en zoekt naar andere mogelijkheden. Het huidige landschap is weinig veranderd vergeleken met het verleden: uit oude kaarten blijkt dat alleen enkele houtwallen zijn verdwenen. Instandhouding van dit oude landschap is een doel van Oomen. Een korte wandeling door het gebied bevestigt dat dit zeker de moeite waard is!
.jpg)
Alterra komt in beeld met het concept ‘landbouwlandgoed’ waarin natuur en landbouw samen gaan door middel van een gesloten kringloop. Samen ontwerpen zij de plannen. Om een natuurgerichte bedrijfsvoering te financieren wordt een aantal bouwlocaties op het landgoed aangewezen – door de eenmalige opbrengst wordt het waardeverlies van de grond gecompenseerd. Een goed verhaal dat door de wethouder van de gemeente Boxtel werd opgepakt en ondergebracht bij het Lifescape-project. Helaas is het niet gelukt om in de projectperiode de zaken te regelen en blijkt de besluitvorming bij de overheid enorm traag; voor Oomen een weg met teleurstellingen en frustraties. Met het oog op de toekomst (en die van de kinderen) heeft hij inmiddels een ander bedrijf gekocht en het huidige bedrijf verkocht aan een projectontwikkelaar. Oomen is wel als pachter op het huidige bedrijf gebleven. Hij wil nog 3 jaar proberen om de plannen alsnog rond te krijgen. Lukt het, dan blijven ze ook op dit bedrijf boeren; lukt het niet, dan is het wat hem betreft einde verhaal. Volgens de wethouder gaat het sowieso door, al duurt het nog 5 jaar, maar voor Oomen is dat te lang.
Na dit verhaal is er volop discussie. Waarom blijft het plan haken, terwijl al 2½ geleden besloten is dat de rood-voor-groen regeling hier akkoord is? Waarom geen beroep gedaan op de SN-regeling? Wat is het verschil met de andere Boeren voor Natuur initiatieven? Eén conclusie is duidelijk: ook met privaat geld (er is dan geen staatssteuntoets nodig) duurt het lang om zaken formeel goed geregeld te krijgen. Er zijn innovatieve denkers, trekkers en duwers nodig, niet alleen in de ambtelijke lijn, maar zeker ook in de bestuurlijke, zodat ook bij niet ingewijden een gevoel van betrokkenheid en verantwoordelijkheid kan ontstaan. Voor wie meer wil weten: het volledige verslag is hier te lezen.
Soms wankel evenwicht in rantsoen koeien .jpg)
Het rantsoen voor de koeien op Hoeve Biesland bestaat uit graslandproducten en graan. Vanaf 2010 wordt dat volledig op het eigen bedrijf geproduceerd. De laatste jaren wordt geprobeerd in plaats van voordroogkuil hooi te winnen omdat Jan de indruk heeft dat de koeien het daar beter op doen. Nadeel is dat de Nederlandse weersomstandigheden het winnen van goede kwaliteit hooi belemmeren en dat soms alsnog ingekuild moet worden. De kwaliteit en samenstelling van het ruwvoer varieert sterk onder invloed van het jaargetijde (zie tabelletjes). Om een uitgebalanceerd rantsoen voor de koeien te maken, worden kuil en hooi van gras met een uitgestelde maaidatum gecombineerd met herfstgras / grasklaverbalen.
In het verleden bleek de balans in de koeien (en dus in het rantsoen) zeer wankel. Wanneer een baal herfstgras werd vervangen door een baal beheersgras waren de koeien soms binnen een dag compleet van slag: rechtopstaande haren, terugval in productie, daling vet- en eiwitgehalte in de melk, verhoogde voeropname, urinedrinken en dergelijke. Ook dit voorjaar deed zich dat verschijnsel weer voor. Toen werd van kuil van eigen land overgeschakeld op aangekochte kuil van een niet bemeste snede met nagenoeg vergelijkbare voederwaarde. Van dat voer raakten de koeien van streek en ging het ineens een stuk slechter. Na het opnemen van andere kuil in het rantsoen nam de productie weer toe en kwam er weer balans in de koeien en werd de situatie weer normaal. De vraag is waarom de koeien zo gevoelig zijn voor schijnbaar kleine veranderingen in het rantsoen.
- Bij de afwijkende botanische samenstelling van de graszode, de uitgestelde maaidatum en het afwijkende bemestingsregime is er twijfel of de door het laboratorium berekende voederwaarde wel juist is.
- Misschien moet het gezocht worden in verstoring van het evenwicht in mineralen en spoorelementen. De voorziening met natrium, koper en selenium is beperkt. Storende elementen (zwavel en molybdeen) en hoge waarden van andere elementen beperken de benutting nog verder.

Legenda
• Ruwe celstof: maat voor structuur of grofheid van het voer
• Ruw eiwit: maat voor het totale eiwitgehalte in het voer
• Ruw as: maat voor anorganische bestanddelen (mineralen) van de plant (incl. grond)
• VEM: Voeder Eenheid Melk, een maat voor de energie-inhoud van een voedermiddel
• DVE: Darm Verteerbaar Eiwit, een maat voor de hoeveelheid eiwit die de koe in de darm krijgt aangeboden met een voedermiddel.

Werken met een gesloten kringloop is zoeken naar balans. Door middel van het onderzoek proberen we meer inzicht te krijgen in de kwaliteit van het rantsoen en waar nu eigenlijk de crux zit voor een gezonde veestapel.
Boeren voor Natuur: een pas op de plaats en dan weer vooruit 
Ruim een jaar na de officiële start van de pilots Boeren voor Natuur is het tijd om weer eens stil te staan bij waar we mee bezig zijn. Ervaringen delen, plannen uitwisselen; zijn we op koers en wat kunnen we van elkaar en van anderen leren? Op 2 maart was dit het onderwerp van de middagbijeenkomst in Boxtel, op het bedrijf van de familie Oomen.
De uitgangspunten van Boeren voor Natuur hebben in grote lijnen stand gehouden: het commerciële ondernemerschap, waarbij de ondernemer betaald krijgt voor de diensten die hij levert; natuurproductie en gesloten kringloop; continuïteit in bedrijfsvoering door langdurige contracten. Het komt aan op het vakmanschap van de boer – volgens betrokkenen is dit het ultieme boeren. Boeren voor Natuur vereist een omschakeling in denken: het doel ‘efficiënte voedselproductie’ maakt plaats voor ‘welke diensten kan ik de maatschappij leveren?’ Boeren voor Natuur opereert in het spanningsveld tussen landbouw enerzijds en natuur en landschap anderzijds; duurzaam samengaan is het streven. Uniek is dat het hele proces zich bottom-up voltrokken heeft.
Maar er is ook het een en ander veranderd. Het landschapsgerichte bedrijf is er in Brussel niet doorgekomen en terugverwezen naar bestaande regelingen. De ‘zonering’ in het landschap, van natuurgericht naar landschapsgericht, is er in de praktijk nog niet van gekomen. Men is begonnen met natuurgerichte bedrijven en dat is eigenlijk prima; een landschapsgericht bedrijf is immers minder onderscheidend ten opzichte van gangbare landbouw dan een natuurgerichte bedrijf. De termijn van 30 jaar is opgeknipt: vanwege de Brusselse beschikking moesten er toetsmomenten worden ingebouwd na 5 en na 10 jaar. Die periode van 30 jaar is en blijft wel cruciaal: natuur ontwikkelt zich niet in 10 jaar, investeringen schrijf je niet in 10 jaar af en omschakeling van een veestapel neemt zeker 30 jaar in beslag. Het initiatief is voorlopig beperkt tot 4 bedrijven, terwijl we het liever breder over Nederland uit hadden willen rollen. Maar heel belangrijk: de samenleving is in beweging gekomen en is zich in positieve zin met Boeren voor Natuur gaan bemoeien. De omvang waarin dit plaatsvindt had niemand van te voren kunnen bedenken!
Meer privaat geld zou helpen
Om Boeren voor Natuur een stevige impuls te geven moeten de fondsen nu worden aangevuld met privaat geld, met andere woorden de maatschappij gaat meebetalen. Hoe pak je dat aan? In Twickel zijn er plannen om het bedrijfsleven in Twente te mobiliseren voor sponsoring. In Zuid Holland is de bereidheid van bedrijven om langdurig te investeren in beheer al eerder onderzocht. Met een teleurstellend resultaat: bedrijven geven de voorkeur aan eenmalige bijdragen voor gerichte, zichtbare investeringen. Er zijn echter ook hoopvolle voorbeelden. Zo heeft in Groene Woud (waar Boxtel onderdeel van uitmaakt) het Innovatieplatform Duurzame Meierij in samenwerking met de ASN-bank een ‘streekrekening’ in het leven geroepen (zie www.streekrekeninghetgroenewoud.nl). Overheden en bedrijven kunnen hun geld veilig wegzetten tegen een marktconforme rente. ASN stort 0.5% in een duurzaamheidfonds. Dit is een zeer haalbaar concept: de ASN krijgt meer klanten, de betrokkenheid bij de streek wordt vergroot, de drempel voor bedrijven om deel te nemen is laag.
Plannen in de pilots
Voor Twickel staat op korte termijn de oprichting van een stichting Boeren voor Natuur Twente op stapel. Verder staat in 2009 o.a. de uitvoering van de inrichting, de omschakeling van de bedrijven en het sluiten van de kringloop centraal en wordt de waterhuishouding aangepast. De wens is het project meer zichtbaar te maken en meer uitstraling te geven. Het eerste Monitoring & Evaluatieverslag van Twickel is binnenkort gereed. Over dit verslag is zowel met betrokken boeren als de project- en stuurgroep uitgebreid overleg geweest.
In Biesland is in 2009 ook het nodige werk aan de winkel: de uitvoering van het nieuwe inrichtingsplan, inclusief de wateropgave (peilverhoging, natuurvriendelijke oevers). Het sluiten van de kringloop is niet eenvoudig. De tarweproductie moet in balans zijn met de omvang van de veestapel. Als er grond uit productie gaat t.b.v. de inrichting, wordt het sluiten van de kringloop nog moeilijker. Er is nog niet voldoende bouwland en het merendeel van de huidige grond is daarvoor niet geschikt. Verder is er voortgang nodig wat betreft het afsluiten van de kwalitatieve verplichting. Als grond duurzaam wordt toegevoegd, is een kwalitatieve verplichting nodig; steeds moeten wisselen van grond is geen optie. Uitbreiding met pachtgrond kan een probleem zijn: particuliere grondeigenaren willen helemaal geen kwalitatieve verplichting.
Op Twickel is de kwalitatieve verplichting al gevestigd, gekoppeld aan een zogenaamd streefbeeld per bedrijf. De kwalitatieve verplichting in combinatie met uitbreiding is geen probleem omdat Twickel de grondeigenaar is.
Een blik in de toekomst
Waar willen we staan we over 5 jaar? Met die vraag wordt de bijeenkomst afgesloten. Een kleine greep ter inspiratie. We hebben dan 5 jaar goede monitoring achter de rug waarmee we eenieder - en dus ook Brussel - kunnen overtuigen. Op Twickel worden regelmatig avonden georganiseerd waarop M&E wordt gepresenteerd. We zetten sneller stappen en zijn slagvaardiger. De initiatieven lopen door, de betrokkenen zetten door. Er wordt werkelijk integraal gedacht, het sectorale is losgelaten. De waterschapswerken zijn uitgevoerd, er zijn landschapelementen zijn aangelegd en de kringlopen zijn gesloten. Op andere plekken worden nieuwe initiatieven gekoesterd. Het volledige verslag is hier te lezen.
Het gaat goed met Anton .jpg)
Begin januari werd Anton Stortelder, één van de pioniers van Boeren voor Natuur, op het ijs getroffen door een hartstilstand. Na een spannende periode en een maand ziekenhuis is hij inmiddels al weer 2 maanden thuis, waar hij bijkomt van dit nare avontuur. Hij herstelt voorspoedig, voelt zich prima en begint langzaam weer aan werk te denken. Namens alle betrokkenen bij de projecten wensen wij hem alle goeds en hopen hem snel weer te zien.
Nickie bedankt 
Nickie van der Wulp verlaat Alterra om een promotieonderzoek te gaan doen naar alcohol en zwangerschap. Nickie heeft de afgelopen jaren het onderdeel Maatschappij aangestuurd binnen de monitoring en evaluatie in de polder van Biesland. Haar taak wordt overgenomen door Tineke de Boer. We wensen Nickie veel succes in haar nieuwe functie.
Intussen in de Bethunepolder
Het onderzoek naar mogelijkheden voor Boeren voor Natuur in de Bethunepolder is tijdelijk stilgelegd. Het gebiedsproces als geheel, waar het onderzoek een beperkte rol in speelt, is heftig en intens. Misschien zijn u de berichten in de pers opgevallen. Momenteel werkt de Provincie Utrecht aan een plan om met de diverse betrokken partijen tot consensus te komen over een duurzame toekomst voor de Bethunepolder. Wij zijn daar vooralsnog niet bij betrokken, maar de berichten stemmen ons voorzichtig optimistisch.
Andere initiatieven: biologische landbouw timmert aan de weg 
De Twickelse situatie is zo bijzonder dat deze als voorbeeld wordt gebruiken voor een omvangrijk meerjarig project BIOBIO. Hieraan werken onderzoekers uit diverse Europese landen samen om uiteindelijk in 2012 de Europese Commissie te kunnen informeren over hoe op biologische bedrijven ('organic farms' en 'low input farms') de 'biologische ontwikkeling' is verlopen. Het is de bedoeling internationaal toepasbare criteria te ontwikkelen waarmee de kwaliteit van biologische bedrijven vastgelegd kan worden. Hierbij moet je niet alleen denken aan land- en bodemleven, maar zeker ook ook aan landschap en aan sociaal-economische factoren als inkomen en werkgelegenheid voor de boeren. Betrokken EU-partners zijn: Nederland, Oostenrijk, Duitsland (Beieren), België, Engeland (Wales), Frankrijk, Noorwegen, Spanje, Hongarije, Bulgarije, Italië en daarnaast zijn er drie begunstigde landen, te weten Oekraïne, Tunesië en Uganda. Naast Twickelse boeren nemen we tuinderijen in Noord-Holland mee in onze bijdrage het Nederlandse deel van het onderzoek. Deze bedrijven worden vergeleken met evenveel gangbare bedrijven in dezelfde regio.
Begin april brachten boeren uit de Oekaraïne en Moldavië een kort bezoek aan Twickel. De rentmeesterij gaf hen een kijkje in hoe zij op Twickel de toekomst ziet, wat kansen zijn, waar risico's liggen. De 15 boeren bezochten verder de Overijsselse Vechtstreek waar boeren ook creatief aan hun toekomst werken, evenals in de regio Staphorst en daarna in de Kop van Overijssel.
Met het onderwerp verwant zijn initiatieven om, in nauwe samenwerking met LTO/Biologica, op en voor biologische bedrijven een natuur- en landschapsnorm uit te werken. Dit project is vorig jaar in de steigers gezet, maar we werken er dit jaar hard aan door. Het gaat om bedrijven die, hoewel niet natuurgericht, door een biologische bedrijfsvoering op een duurzame wijze produceren en daarmee niet alleen een bijdrage leveren aan goede landbouwproducten, maar ook aan een mooi en streekeigen landschap en aan de natuur. Zie Alterra-rapport 1711.
Presentatie op uitnodiging
Op 15 januari jl. gaven Albert Corporaal en Judith Westerink een toelichting over Boeren voor Natuur bij de SGVG op kasteel Scherpenzeel. Projectbureau SGVG werkt aan vernieuwing van het landelijk gebied in de Gelderse Vallei en Eemland. Onderdeel daarvan is een ecologische verbinding tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug via een aantal landgoederen (Veldbeek – Appel – Erica). Na de vertoning van de film Boeren voor Natuur werd in een groep van SVGV, landgoederen, boerenvertegenwoordigers en DLG bediscussieerd of de aanpak van Boeren voor Natuur iets zou kunnen zijn voor dit gebied. Wilt u ook meer horen over Boeren voor Natuur? Nodig ons dan gerust eens uit.
Is Boeren voor Natuur ook iets voor Japan? .jpg)
Vorige maand bracht Leo van den Berg (medewerker van de leerstoelgroep Sociaal-Ruimtelijke Analyse van Wageningen UR) een bezoek aan Japan om daar het Boeren voor Natuur-principe uit te leggen in de context van agrarisch natuurbeheer in Nederland. Hij was daartoe uitgenodigd door de directeur van het National Institute for Agro-Environmental Sciences (NIAES) in Tsukuba, die hij nog van vroeger kent. Met een kleine 200 man personeel (waarvan 130 wetenschappers) kun je dit instituut beschouwen als een zusterinstituut van Alterra, met name voor de landbouw-ecologische en bodemkundige delen. De directeur had zelf ongeveer twee jaar geleden boer Duijndam in de polder van Biesland bezocht en wilde Leo graag laten komen om niet alleen op het NIAES maar ook op de Landbouwfaculteit van een drietal universiteiten in Japan uit te leggen hoe het werkt en wat er nu precies het belang van is. Ook kon hij op zoek naar potentiële equivalenten van Boeren voor Natuur in Japan.
Wat het gehoor in Japan over ‘Farming for Nature’ het meeste leek aan te spreken was de holistische benadering: niet scoren op beperkte doelstellingen zoals het aantal uitgekomen eieren per weiland, maar werken aan een totaal van omstandigheden die de natuurwaarden van een agrarisch cultuurlandschap ‘als vanzelf’ terugbrengen. Daarom werd er ook meerdere keren doorgevraagd over de overgang van een resultaatverplichting naar een inspanningsverplichting, die inmiddels ook voor het reguliere agrarisch natuurbeheer in Nederland lijkt te gaan gelden. Ook daar, bij ‘die sceptische lieden die dichter bij het beleid dan bij de praktijk staan’, had men moeite met het idee dat, als je je aan de spelregels houdt, het resultaat vanzelf zou komen. Ook een andere afwijking van de hoofdstroom van ons agrarisch natuurbeheer kwam aan de orde: de veilingen van landschapselementen. Daarover wilden ze duidelijk ook meer weten. De meegebrachte DVD over Boeren voor Natuur, waarvan fragmenten bij alle voordrachten getoond zijn, kwam goed van pas. Om de film in Japan een breder gehoor te doen vinden, zou het echter wel nodig zijn om de Engelstalige voice-over in het Japans te vertalen…
Het viel niet mee goede informatie te krijgen over het Japanse agrarisch natuurbeheer. Echte equivalenten van Boeren voor Natuur zijn er niet, maar wel is er een sterke beweging gaande, “Satoyama” genaamd, waarin groepen vrijwilligers het gebruik van bos op de hellingen rond de Japanse rijstvelden, dat sinds de invoer van kunstmest, brandstoffen en bouwmaterialen nauwelijks meer voorkomt, nieuw leven proberen in te blazen. Want die bossen groeien nu dicht met bamboe en laurier, wat ten koste gaat van hun biodiversiteit.
Wat in Japan een hogere vlucht lijkt te hebben genomen dan in Nederland zijn de producten (vooral rijst) met een duidelijk etiket, waarop staat dat ze geproduceerd zijn onder omstandigheden die goed zijn voor bepaalde vissoorten, trekvogels, e.d. In dit kader zijn inmiddels op veel plekken nieuwe supermarkten gebouwd in het buitengebied, speciaal voor streekproducten en producten met beperkt gebruik van chemicaliën. In navolging van de VS heten ze ‘boerenmarkten’, maar de boeren zelf hoeven er hun kostbare tijd niet te besteden. Daar zorgt hun bond voor. Een product dat momenteel heel veel aandacht krijgt is de rijst die op ooievaar-vriendelijke wijze is geproduceerd: “Koshihikari-rijst”. Ook in het kader van de strijd tegen vervuiling van Japans grote binnenmeren wordt het ‘labelen’ van schone rijst veel toegepast. Maar de Japanners zijn wel bang dat de rek voor hogere prijzen voor dit soort gelabelde producten er inmiddels al weer uit is. Zie ook deze folder.
Het ziet ernaar uit dat de Japanners vanwege hun hernieuwde belangstelling voor het gebruik van biomassa uit de beboste hellingen, wat vroeger hun geriefhout was, nog wel eens naar Nederland zullen komen om te kijken, en dan met name naar het Twickel-model. Zoals ze daar Anton Stortelder het halfopen landschap zagen uitleggen, daar willen ze duidelijk verder mee!
- 22 juni 2009: Bijeenkomst Monitoring en Evaluatie polder van Biesland
- 22 mei 2009 Excursie Ackerdijkse plassen voor vrijwilligers Biesland
- Onbekende Mogelijkheden. Recepten voor Boeren voor Natuur op basis van de Catalogus Groenblauwe Diensten. J. Westerink (2009). Alterra rapport 1805. Alterra Wageningen UR.
- Boeren voor Natuur. Geactualiseerd inrichtingsplan. Uitvoeringsmaatregelen 2009. Dienst Landelijk Gebied, Den Haag, Stedenteam Rotterdam/ Den Haag (2009).




