Nieuwsbrief detail
[nieuwsbrief] Boeren voor natuur - juli 2009
Vrijwilligers van Biesland naar de Ackerdijkse Plassen
Sinds 2008 beheert Hoeve Biesland 40 ha van het grasland in het natuurgebied de Ackerdijkse Plassen, eigendom van Vereniging Natuurmonumenten. Deze 40 ha ‘draaien mee’ in de kringloop: jongvee en dieren die worden afgemest worden er geweid, er gaat een beetje mest naar toe vanuit de stallen, en er wordt ruwvoer en biomassa geoogst (dat laatste om te composteren). Er is de laatste tijd dus heel wat verkeer tussen de Ackerdijkse Plassen en de polder van Biesland heen en weer gegaan. Wij waren wel benieuwd naar de redenen waarom Natuurmonumenten deze samenwerking is aangegaan, en naar de manier waarop Boeren voor Natuur-principes in de praktijk van het beheer van dit gebied vertaald worden. Ieder jaar organiseert Alterra een activiteit voor vrijwilligers en andere betrokkenen in het project Boeren voor Natuur in de polder van Biesland. Met zo’n 30 belangstellenden hebben we onszelf ditmaal uitgenodigd bij Stefan Soede, boswachter bij Natuurmonumenten.
Het weer op de dag na Hemelvaart was geweldig, de ontvangst gastvrij (heerlijke koffie, thee en cake buiten aan de picknicktafel, de snelweg was wel te horen, maar de vogels hadden de boventoon). Onder leiding van Stefan maakten we een wandeling door het gebied, met uitzicht op de Rotterdamse skyline, langs de plassen, door het bos, via de aalscholverkolonie en de Oude Leede naar de Bieslandse koeien in het grasland (waarnemingen onderweg: lepelaar, blauwborst, kluut, groenpootruiter, tureluur, en heel veel aalscholvers). Het waren duidelijk Bieslandse koeien, want ze waren totaal niet bang voor ons.
Hoeve Biesland is één van de drie boerenbedrijven die door Natuurmonumenten zijn ingeschakeld voor het beheer van de graslanden in de Ackerdijkse Plassen. Het is een vogelreservaat, dat overgenomen is van de Vogelbescherming. Al heel lang is het gebied niet vrij toegankelijk voor publiek. Alleen door middel van excursies, of vanaf de randen is het gebied te bezichtigen. Een goed leefklimaat voor vogels is het hoofddoel: van water- en bosvogels tot en met wad- en weidevogels. Met name met de weidevogels ging het niet goed; voor Natuurmonumenten een reden om af te stappen van jaarrondbegrazing met Koniks (half-natuurlijke paarden) en weer terug te willen naar seizoensbeweiding met koeien. Boeren voor Natuur was niet de voornaamste reden om Hoeve Biesland in te schakelen. Er zijn niet veel boerenbedrijven die er ‘even’ 40 ha bij kunnen doen. Stefan stelt de wisselwerking met Jan Duijndam zeer op prijs. Samen bespreken ze hoe het weidevogelbeheer geoptimaliseerd kan worden. Enkele dagen vóór onze komst was bijvoorbeeld gezamenlijk besloten extra dieren in het gebied te brengen om meer gras weg te eten, met als doel de foerageergelegenheid voor de kuikens te verbeteren. 
Tijdens het naborrelen op het terras van de Uylenburg kwam een geanimeerde discussie op gang tussen Stefan, Jan en de weidevogelvrijwilligers. We begrijpen eigenlijk nog maar heel weinig van wat weidevogels nodig hebben en wat we weten, is nog niet zo makkelijk in de praktijk te brengen. We hebben er nog niet helemaal de vinger achter waarom ook in de polder van Biesland de aantallen blijven dalen. Het blijft een zoektocht naar de sleutel om de daling om te zetten in een groei. Daarbij zetten we ook alle wetenschappelijke kennis in die voorhanden is. In de komende jaren hopen we erachter te komen of Boeren voor Natuur een deel van de oplossing kan zijn.
Stichting Boeren voor Natuur Twente opgericht 
Op 7 mei 2009 is de Stichting Boeren voor Natuur Twente opgericht. Deze stichting neemt de uitvoeringstaken van de provincie over en wordt verantwoordelijk voor communicatie, promotie en educatie, fondsenwerving, het beheer van de samenwerkingsovereenkomst en de contracten. Vanaf het begin is het de bedoeling geweest dat er een private stichting zou komen die de uitvoering van de pilot op Twickel voor haar rekening zou nemen. Dat is destijds ook vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst. En nu is het dan een feit. De stichting wordt ondersteund door de projectleider van de Dienst Landelijk Gebied, Gerry Bulten, die al enige tijd actief is in de Boeren voor Natuur-pilot op Twickel. Ter inspiratie schoof zij laatst ook aan op de Monitoring & Evaluatie-avond in Biesland.
De stichting heeft als doel de pilot tot een goed einde te brengen en heeft daarnaast de ambitie een verdere opschaling te realiseren – niet voor niets is er voor de naam ‘Boeren voor Natuur Twente’ gekozen. Daarmee heeft de stichting een uitdagende klus op zich genomen.
De drie natuurgerichte bedrijven waarmee een overeenkomst is gesloten zijn nog niet zover dat de bedrijfsvoering gesloten kan worden. Daarvoor moet nog een aantal zaken geregeld worden:
- Afronding van de asbestsanering op twee van de drie bedrijven, oppervlakte-uitbreiding voor de drie bedrijven, investeringen in gebouwen en machines.
- In 2009 en 2010 zal de waterhuishouding op de bedrijven worden aangepast. Dit heeft ongetwijfeld gevolgen voor de bedrijfsvoering op de drie bedrijven.
- De monitoring van de pilot op Twickel kan nog beter.
- Er liggen nog SAN-beschikkingen op de bedrijven die het beoogde vrije ondernemerschap binnen een gesloten bedrijfsvoering belemmeren.
Het zal al met al nog wel de nodige inspanning kosten om de pilot verder goed op de rit te krijgen en alle betrokken partijen op tijd en op elkaar afgestemd datgene te laten doen dat hiervoor nodig is… Daarnaast ligt er dus de ambitie voor verdere opschaling. Daarvoor is fondsenwerving nodig, het enthousiasmeren van ondernemers om mee te gaan doen, het sluiten en beheren van contracten, voorlichting en promotie enz. Voorwaar een uitdagende klus dus, maar de stichting heeft er zin in!
Wat valt er te leren van de Loire? 
Nu al voor de twintigste keer heeft Albert Corporaal een paar weken geleden een groep mensen begeleid op een pittige struintocht door de Franse uiterwaarden van de benedenloop van de Loire. In een paar dagen werken ze een compleet programma af dat staat in het teken van overstromingen, overstromingsgraslanden en landbouw, landschap en natuur. Zowel inrichting en planning als beheer en gebruik komen aan bod. Ze bezoeken dan uiterwaarden, beekdalen, bronmilieus en bossen, moerassen, kwelders en kustmilieus, die alle door particulieren worden beheerd die daar hun inkomen mee te verdienen. Alle betrokken boerenbedrijven benutten het overstromingswater dat voedingsstoffen aanvoert (slib, buffering, bodemvocht) en spelen daarmee in op de voorspelbare grillen van de rivier. Veel mest voegen zij er niet aan toe, want op hun goede zavelige gronden is dat niet nodig.
De week is in feite één doorlopende dialoog met veel kennisuitwisseling. Deze keer nam voor het eerst een praktiserende boer (i.c. boerin) deel aan het bezoek en dat was erg nuttig. Het riep natuurlijk boeiende praktijkvragen en discussies op, maar de conclusie was ook dat een dergelijke ‘vakreis’ juist ook voor 'echte' boeren uiterst relevant is. “Ik was verrast dat ik de eerste ‘boer’ was die meeging op deze reis”, aldus Annette Harberink van de Natuurderij op het landgoed Keizersrande bij Deventer. “Voor boeren is dit echt dè manier om te laten zien hoe je het als boer anders kunt doen.”
Haar belangrijkste leerpunt: “Beheer moet logisch zijn, handig en makkelijk uitvoerbaar, zodat je de vegetaties laat ontstaan die voor de hand liggen. Natuurwaarden ontstaan dan als vanzelf.” Als relatieve leek op het gebied van flora en fauna vond zij de reis inspirerend en zeer informatief. “Op de buik door de beek, onder omheiningen door, het was bij tijd en wijle wel afzien, maar het was vooral leuk en heel leerzaam”. Voor de praktijk van Boeren voor Natuur, low-input-farming of organic farming valt in dit Loire-gebied veel te leren. Wanneer particulieren en boeren in het beheer van natuur en landschap een grotere rol (gaan) spelen, is dergelijke professionalisering van boeren erg belangrijk.
De reis wordt elk jaar eind mei georganiseerd. De deelnemers zijn veelal medewerkers en leidinggevenden van (semi-)overheid, adviesorganisaties, onderwijs- en onderzoeksinstellingen en zelfstandigen op dit vlak. Meer info bij .
Afscheid Harrie Alberts 
Na ruim 45 jaar bij het ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit te hebben gewerkt, was het op 26 juni zover: Harrie Alberts nam afscheid. Afscheid van een lange een loopbaan, en daarmee afscheid van heel veel mensen die op zijn pad zijn gekomen. Voor Boeren voor Natuur is Harrie’s betrokkenheid vanaf het allereerste uur cruciaal geweest. Geïnspireerd door zijn eigen agrarische achtergrond gaf hij samen met andere pioniers, die hij op het juiste moment tegenkwam, vorm aan de visie Boeren voor Natuur. Met zijn vakkennis, het kunnen omgaan met iedereen (boer of landgoedeigenaar, minister of ambtenaar) en zijn kwaliteiten om verbindingen te leggen, zowel in de natuur als tussen mensen, heeft hij zich op eigen wijze, soms wars van procedures maar gewoon beginnend en met het nodige lef, ingezet om Boeren voor Natuur van de grond te krijgen. Zoals een van de BvN-boeren het onlangs verwoordde: hij is een topambtenaar die praat en denkt als een boer – en die combinatie maakt dat Boeren voor Natuur zonder zijn inzet nooit was geworden tot wat het nu is.
Tijdens zijn afscheid illustreerde landelijk directeur Cees Lever zijn bewondering met driemaal ‘Chapeau’, waarbij hij letterlijk zijn petje af nam. Harrie ontving een erepenning van het ministerie met de inscriptie: ‘voor inzet en verbinden van mensen en natuur’. Zijn collega’s roemden hem als een echt ‘streekproduct’ en boden hem dan ook een mand aan met streekproducten uit ieders eigen omgeving. Zij zullen hem missen, en wij ook. Harrie, succes met het vinden van je draai in deze nieuwe fase, geniet ervan en enorm bedankt. We komen je vast nog wel tegen.
Noord Ierland: natuur en landbouw in gebieden met natuurlijke handicaps 
In gebieden waar de landbouw veel te maken heeft met natuurlijke handicaps is de noodzaak van samenwerking tussen boeren en natuurbeschermers groot. Deze zogenaamde Less Favoured Areas (LFA) zijn van groot belang voor landschap, natuur, biodiversiteit en watervoorziening in Europa. Deze gebieden met een handicap zijn veelal de mooiste landschappen van Europa. In april 2009 is in dit kader een workshop georganiseerd in Belfast. Centraal thema: verkenning van de mogelijkheden van samenwerking tussen boeren en natuurbeschermers in LFA’s in Noord Ierland. Daarbij is er een grote behoefte geuit om zich te spiegelen met andere regio’s en te leren van ervaringen elders in Europa.
De situatie in Noord Ierland is bijzonder. Van de ruim 1 miljoen ha landbouwgrond is 700,000 ha (70%!) aangemerkt als LFA, terwijl slechts 10 procent onderdeel is van het Natura 2000-netwerk voor biodiversiteit. Het is dan ook duidelijk dat het beschermen van het milieu en het landschap in deze gebieden niet gaat lukken zonder er boeren bij te betrekken. Heather Thompson, Chief Executive van de Ulster Wildlife Trust: “We need to look to the farming community to help to deliver a living landscape that is rich in biodiversity and valued by all, and put in place the necessary policy to achieve this”.
De Natura 2000-gebieden zelf (vaak gaat het om heidegebieden) zijn eigendom van natuurbeschermende organisaties. Deze gebieden moeten begraasd worden met schapen en runderen om de natuur in stand te houden. Het is in Noord Ierland voor de natuurbescherming dan ook essentieel om met de landbouw samen te werken, met name in de LFA`s, niet alleen om het fraaie open landschap in stand te houden maar ook om de (aanzienlijke) functie die deze gebieden vervullen voor de watervoorziening van de steden te borgen.
Het zal geen verwondering wekken dat het in dit bergachtige terrein moeilijk is om te blijven concurreren op de wereldmarkt, zo werd tijdens de bijeenkomst duidelijk gemaakt door de Ulster Farming Association. Daarnaast werden presentaties verzorgd door beheerders, beleidsmedewerkers, wetenschappers en politici uit Noorwegen, Portugal, Polen en Nederland. Wat de Noord Ierse LFA’s gemeen hebben met die elders in Europa is dat er in de toekomst meer betaald zal moeten worden voor ecosysteemdiensten. Die diensten zullen vooral op een landschapsniveau geleverd kunnen worden. Met name binnen het Gemeenschappelijke Landbouw Beleid van de EU zou dit een stuk makkelijker gemaakt moeten worden. Er zal meer betaald moeten worden, zeker als de inkomensondersteuning voor boeren verder wordt afgebouwd. De schatting is dat het een paar honderd euro per hectare extra gaat kosten om deze diensten in Europa te blijven leveren. Daar tegenover staat de verwachting dat de prijs van het voedselpakket voor de Europese consument, mede door de vrijhandel voor landbouwproducten in WTO-verband, op een laag niveau kan worden gehandhaafd.

Deze bijeenkomst in Belfast is georganiseerd op verzoek van de Ulster Wildlife Trust en The National Trust, en kwam tot stand met medewerking van ondermeer de Ulster Farming Association en het REP-netwerk (met bijdragen vanuit Polen, Nederland en Portugal). REP, het Rural European Platform, is een intitiatief van Alterra en Bioforsk in Noorwegen dat de mogelijkheden bekijkt voor samenwerking tussen landbouw en natuurbeheer in Europa (zie www.ruraleuropeanplatform.org). REP organiseert jaarlijks bijeenkomsten in Europa over het thema natuur en landbouw, schrijft beleidsrelevante papers over het onderwerp en is betrokken bij de ontwikkeling van projecten, zowel onderzoeks- als praktijkprojecten gericht op landgebruik in Europa.
In de nabije toekomst zal REP deelnemen aan een wetenschappelijk project over de relatie tussen stad en platteland in Noorwegen (2009-2011). Dit project start in oktober. Daarnaast is samen met Poolse partners, het bureau Tripleee en het Groene Woud in Noord Brabant een projectvoorstel ingediend bij LNV om een businessplan te maken, waarbij natuurbescherming in Natura 2000-gebieden de motor wordt voor duurzame ontwikkeling. Het Briebza Natura 2000-gebied in Polen is voorgesteld als proefgebied. Meer informatie: / .
Natuurakkers in het Buytenland
In de Albrandswaard, tussen Rhoon en Barendrecht, onder de rook van Rotterdam, wordt een akkerbouwgebied omgevormd tot een natuur- en recreatiegebied van 600 ha groot. In dit gebied ligt de Molenpolder. In deze polder blijven de akkers, maar het hoofddoel wordt natuur. Akkers met hoge natuurwaarden zijn echter bijna verdwenen uit Nederland. Natuurbeherende organisaties hebben hier en daar kleine akkers, maar vooral op zandgronden. In de Molenpolder komen 115 ha natuurakkers op klei. Maar hoe moet je dat beheren? En welke rol kunnen boeren daarbij spelen?
LEI, Alterra en CLM hebben in opdracht van de Provincie Zuid-Holland drie bedrijfsconcepten uitgewerkt die – met een vergoeding – levensvatbaar zijn en die gericht zijn op het behalen van de natuurdoelen. Het eerste is een biologisch akkerbouwbedrijf met akkerranden. Het tweede is Boeren voor Natuur, waarbij ook weilanden in het recreatiegebied en de graslanden van de natte natuur zijn betrokken voor de productie van mest en compost. Het derde is een gebiedscoöperatie, waarbij een akkerbouwbedrijf, een melkveehouder en een vleesveehouder samen de kringloop sluiten binnen de Albrandswaard.
Het rapport is hier te downloaden.
AGENDA 
- --
NIEUWE PUBLICATIES 
- Verhalen van Biesland 2008. Judith Westerink e.a. (2009)
Rectificatie
Ondanks alle zorg die is besteed aan de Verhalen van Biesland 2008 zijn er toch enkele foutjes ingeslopen.
De foto's op pagina 52 zijn genomen op resp. 5 juni 2008, ook 5 juni 2008 (!) en 5 maart 2009.
De tweede foto op pagina 40 is een Heidelibel en de tweede foto op pagina 41 een Oeverlibel.


